News

jul 1, 2017
Categorie: General
Ingezonden door: cor

Cafe de Waal nu ook op Facebook!

 

jun 1, 2017
Categorie: General
Ingezonden door: admin

cafe_deWaal - ##- ##
 

Theo Jansen

Vlaardingen 1 juni 2014

Mijn dikke DAF

Onder elkaar spraken we altijd over een viertonner. De officiele aanduiding van Defensie was YA-4440, de vrachtauto waar ik in mijn diensttijd mee heb gereden. Opgekomen met lichting 79-5 werd ik aangesteld als viertonner-chauffeur en ingedeeld bij de rijschool op de Frederik Hendrik Kazerne te Venlo. Eenmaal het militair rijbewijs behaald kon ik de felbegeerde gele flap bij de gemeente zelfs laten omzetten in een “burgerrijbewijs” voor de categoriëen BCDE.

Net van school af en dan al mogen rijden met luxe touringcars en zware vrachtwagens met aanhanger of oplegger! Het spreekt vanzelf dat ik het als ventje van amper achttien rete-stoer vond om met zo’n dikke
DAF door de straten van de Veluwse dorpen te punken. Daarbij met hunkerende blik nagestaard door de lokale schoonheden. Wishfull thinking, denk ik achteraf. Maar toch...

Sinds mijn vijftigste krijg ik ongevraagd van alle kanten en op allerlei manieren bevestiging dat ik ouder
word. In maart ontving ik van de gemeente het bericht dat mijn rijbewijs weer bijna was verlopen. Ok, even pasfoto’s maken en een keer langs het gemeentehuis. Zo gepiept, toch? Dat was verkeerd gedacht, las ik verder. Als je een groot rijbewijs moet vernieuwen -verlengen bestaat niet meer- word je over één kam geschoren met 70-plussers! Dus dan is het invullen van een eigen verklaring en het ondergaan van de bijbehorende medische keuring verplicht. De verklaring bestaat uit elf medische vragen over de ogen, de psychische gesteldheid en motoriek. En 70-plussers, dat zijn toch weggebruikers die met de stoel in de voorste stand en de kin tegen de voorruit met een gangetje van hooguit 60 over de snelweg kruipen? Maar daar wil ik nog niet bij horen. Heel confronterend; alweer een deuk in mijn ego!

En dat nieuwe rijbewijs kwam er niet vanzelf. Tweemaal naar het gemeentehuis, tig telefoontjes, formulieren invullen, pasfoto’s regelen, 3 keer zuchten en tien kniebuigingen maken en tot slot ruim honderd-vijftig euro bij elkaar aftikken. Maar het kóst een paar centen maar dan héb je ook wat. Het is me weer gelukt: de komende tien jaar mag ik weer met groot rollend materieel de openbare weg op. U bent dus gewaarschuwd.

 

Vlaardingen 1 maart 2014

Mijn land misdaadvrij

In Zuidoost-Azië is de achternaam Ng -uitgesproken als Ung- het equivalent voor populaire namen als De Vries of Jansen in Nederland. Menigeen zal denken dat dit soort bijzonder korte achternamen in ons land niet voorkomt. Niets is minder waar. Als we een nerd, een eikel of -om er maar geen doekjes om te winden- een Jan Lul bedoelen, spreken we niet voor niets over “Jan met de korte achternaam”.

Strikt genomen is het eigenlijk nog véél erger: het stíkt hier van de achternamen die slechts uit één enkele letter bestaan. Lees de kranten er maar op na: dagelijks verschijnen artikelen waarin een Aage M., een Ali B., een Koos H., Ferdi E. of zelfs een Desi B. te P. een hoofdrol spelen. Het zal de oplettende lezer daarbij
niet ontgaan dat dit zonder uitzondering personen van twijfelachtig allooi of ronduit criminele types zijn.

Hiermee kom ik meteen op een echte Quick-Win. Naar mijn mening zou het voor de PVV van Geert Wilders een goed idee zijn om de volgende maatregel in het partijprogramma op te nemen. Laat de politie iedereen  met zo’n korte achternaam preventief van straat plukken. Dan zijn we in in één klap van veel narigheid verlost.

Zo heb je bijvoorbeeld ook je collega’s niet altijd voor het uitzoeken. Op mijn werk heb ik te maken met ene Frank D. die heel provocerend rondloopt in een T-shirt met de opdruk “Frank maakt meer kapot dan je lief is”. Zeg nou zelf: dan zie je het toch meteen? Kan het nog duidelijker? Oppakken die lui!
Theo Jansen

 

Vlaardingen 1 december 2013

Mijn kip-ei verhaal

We schrijven het jaar des Heren 1995. Vanwege de lange wachtlijsten in mijn woonplaats Hellevoetsluis moesten we voor zwemles van de kinderen uitwijken naar Dirksland, een eiland verderop. Het gereformeerde bolwerk Goeree-Overflakkee was en is nog steeds voor een groot deel agrarisch gebied. Om die reden was er elke eerste zaterdag van de maand in de
naast het zwembad gelegen sporthal een pluimveetentoonstelling.
Ik kan niet goed uitleggen waarom, maar heb kippen altijd grappige dieren gevonden. Misschien was het wel sentiment omdat mijn vader vroeger kippen had gehouden? Terwijl in het zwembad de kids door moeders werden aangemoedigd om het hoofd boven water te houden, schuifelde ik langs de honderden kooien met pluimvee en liet mij door de trotse eigenaars informeren over de wetenswaardigheden van elk ras. Er zijn wel 400 kippenrassen.

De meest gangbare kende ik ondertussen al uit mijn hoofd: de Lakenvelder, de Leghorn, de Mechelse koekkoek, de Wyandottekriel, de Barnevelder en de Rhode Island Red. Het begon erg te kriebelen. Achter ons huis hadden we een mooie grote tuin van wel achttien meter lang. Plek genoeg, daar was geen misverstand over. En wat is er nou lekkerder dan de dagelijkse uitsmijter uit eigen tuin? Dus nam ik mij voor om zelf een hok met een paar kippen aan te schaffen. Een kip kostte maar een tientje maar zo’n groot hok was best duur in aanschaf, vond mijn vader die altijd timmerman van beroep was geweest. Waarom bouwen we zo’n hok niet zelf? Dat zou veel goedkoper zijn en ik kon meteen op zijn ervaring van het vak meeliften. Zo gezegd zo gedaan.

Een week lang gezaag, getimmer en geverd en ineens stond er inderdaad een prachtig hok. Een overdekte ren van bijna tien vierkante meter en een nachthok met legnesten dat via een trapje bereikbaar was. Ook aan water- en voederbakjes, zitstokken en een paar grote balen stro, schelpengrit en legmeel was gedacht. Voldoende ruimte en onderdak voor wel vier grote kippen. Krijn, een kennis uit de `pluimvee-scene`, had mij eerder al geadviseerd om Barnevelders te nemen vanwege de eieren. Barnevelders zijn rustige kippen en leggen heel goed. Nou, vooral dat laatste heb ik geweten! Na enig oefenwerk met een kalk-ei raakten de kipjes al snel aan de leg. Alsof het zo afgesproken was, legde elke kip iedere ochtend een ei. Mooi groot, lichtbruin, hier en daar een donsveertje en -als je geluk had- met een dubbele dooier! Het was voortaan niet meer nodig een wekker te zetten; luid gekakel was mijn wake-up-call. Ik was er meteen als de kippen bij om de nog warme eitjes uit het legnest te rapen. Lekker hoor, zo’n vers gekookt eitje bij het ontbijt.

Ma Bakgraag had een oventje gekocht en ging druk aan de slag met haar eier-recepten. En wat er daarna nog over was deelden we uit aan de buren en familie. Altijd leuk om zomaar een doosje eitjes te krijgen, toch?
Maar op enig moment ging het ergens mis. Niet zo vreemd: elke dag een constante aanvoer van vier eieren... Met een kleine correctie voor breuk en de rui, want in de rui-periode leggen kippen niet, kom je toch op ruim 1400 eieren per jaar. Reden dat de ijzeren voorraad volle eierdozen gestaag begon te groeien. Door zelf wat vaker een eitje te eten probeerde ik het overschot nog enigszins binnen de perken te houden. Maar bij de buren begon de koelkast uit te puilen. “Laat maar bellen, staat die vent van hiernaast wéér met een doos eieren aan de deur”. Bij de anderen thuis begon dit alles ook zijn tol te eisen. Plots kwamen bij hen ook de eierpannenkoeken, de plakken scharrelcake en de niet te vermijden tokkelroom de neus uit. En mijn vrouw wilde ook weleens meteen gaan slapen!

Tegenwoordig is alles weer bij het oude. Met onze verhuizing naar een andere stad heb ik het hok met de kippen erbij moeten verkopen aan een gezin uit een naburig dorp op Voorne-Putten. Ik koop nu weer braaf elke zaterdag één doosje bruine scharreleieren bij de Albert Heijn.


Getuige onderstaande familiefoto zijn de kippen bij
hun nieuwe baasje nog jarenlang goed aan de leg
geweest.

 

 

 

 

 

Vlaardingen 1 september 2013

Mijn dikke DAF

 Onder elkaar spraken we altijd over een viertonner. De officiele aanduiding van Defensie was YA-4440, de vrachtauto waar ik in mijn diensttijd mee heb gereden. Opgekomen met lichting 79-5 werd ik aangesteld als viertonner-chauffeur en ingedeeld bij de rijschool op de Frederik Hendrik Kazerne te Venlo. Eenmaal het militair rijbewijs behaald kon ik de felbegeerde gele flap bij de gemeente zelfs laten omzetten in een "burger-rijbewijs" voor de categoriëen BCDE.

 Net van school af en dan al mogen rijden met luxe touringcars en zware vrachtwagens met aanhanger of oplegger! Het spreekt vanzelf dat ik het als ventje van amper achttien rete-stoer vond om met zo'n dikke DAF door de straten van de Veluwse dorpen te punken. Daarbij met hunkerende blik nagestaard door de lokale schoonheden. Wishfull thinking, denk ik achteraf. Maar toch...

 Sinds mijn vijftigste krijg ik ongevraagd van alle kanten en op allerlei manieren bevestiging dat ik ouder word. In maart ontving ik van de gemeente het bericht dat mijn rijbewijs weer bijna was verlopen. Ok, even pasfoto's maken en een keer langs het gemeentehuis. Zo gepiept, toch? Dat was verkeerd gedacht, las ik verder. Als je een groot rijbewijs moet vernieuwen -verlengen bestaat niet meer- word je over één kam geschoren met 70-plussers! Dus dan is het invullen van een eigen verklaring en het ondergaan van de bijbehorende medische keuring verplicht. De verklaring bestaat uit elf medische vragen over de ogen, de psychische gesteldheid en motoriek. En 70-plussers, dat zijn toch weggebruikers die met de stoel in de voorste stand en de kin tegen de voorruit met een gangetje van hooguit 60 over de snelweg kruipen? Maar daar wil ik nog niet bij horen. Heel confronterend; alweer een deuk in mijn ego!

 

En dat nieuwe rijbewijs kwam er niet vanzelf. Tweemaal naar het gemeentehuis, tig telefoontjes, formulieren invullen, pasfoto's regelen,

3 keer zuchten en tien kniebuigingen maken en tot slot ruim honderd-vijftig euro bij elkaar aftikken. Maar het kóst een paar centen maar dan héb je ook wat. Het is me weer gelukt: de komende tien jaar mag ik weer met groot rollend materieel de openbare weg op. U bent dus gewaarschuwd.

 

Vlaardingen 1 juni 2013

Mijn empathisch vermogen

Het was voorlopig een laatste, maar lange en slopende dag. Harde winden, kletterende slagregens
en zelfs kolkende watermassa’s moest ik hier doorstaan. Mijn lijf voelde aldoor kleiner en
nietiger van binnen. Ik was bang mijn grip te verliezen.


Weinig had het gescheeld of ik was meegezogen in de neerwaartse maalstroom van zaken waar men zo snel mogelijk vanaf wil geraken. Ik heb het overleefd, maar mijn lijf heeft er zwaar
onder geleden. Zojuist was ze nog even bij me. Nu ik haar een paar weken moet missen heeft ze mij extra goed onder handen genomen en ditmaal nog steviger vastgemaakt. Zalig en voldaan voel ik me nu. Alsof
ik wederom een nieuw lichaam heb, lekker fris en.fruitig; als herboren! Genietend van de geur van
citroenen verheug ik me op de komende periode van rust.

Het is al laat, maar -volgens zeggen- nog zeer aangenaam buitenshuis en ook voor morgen zijn de vooruitzichten zonnig. Door de gang de weerklank van wegstervende voetstappen op weg naar buiten.
In de verte klinkt gebrom, dichtslaande deuren en een stem die een haastige groet galmt. Het gebrom zwelt nog heel even aan om daarna voorgoed te verdwijnen. Alleen een zacht avondbriesje glipt nog door het halfopen raampje naar binnen en om de paar tellen zorgt een druppel uit de stortbak voor een geruststellend gerimpel in het water. Eindelijk wordt het stil om mij heen...... want voor de bewoners van mijn huis is de vakantie begonnen. En wij van wc-eend hebben af en toe ook weleens recht op vakantie.

 

Vlaardingen 1 maart 2013

Mijn look-a-like

“Hé Jansen!”
“What? Okay, whatever turns you on.”
“Dat is een tijd geleden Theo, hoe is het nou?”
“I’m an MD, not what you think.”
“Ik herkende je bijna niet meer.
Wat ben jíj afgevallen zeg!”
“For a moment there I thought you were
a smart lady.”
“Doe nou niet zo flauw man,
met dat gekke Engels van je.”
“Oh my God. You’re not wearing a bra.”
“Nu is het leuk geweest Theo,
doe eens normaal en blijf van me af.”
“Female idiots are fun. No wonder every
village wants one.”

Dat men in Hugh Laurie, die House speelt in de gelijknamige televisie-serie, een slanke variant van mij herkent verbaast me niet. Hij heeft namelijk een aantal dingen met mij gemeen. Net als ik werkt hij in een ziekenhuis, loopt hij een beetje moeilijk en neemt het soms met scheren niet zo nauw.

Regelmatig verwart men anderen met mij. Bijvoorbeeld een Pieter van Vollenhoven die
vergat zijn piano te laten stemmen. Of ene Tjerk Bruinsma, burgemeester vanVlaardingen, op een zoveelste mislukte foto wegens schaapachtig lachen. Of neem nou die Amerikaanse film-acteur, die irritante zelfingenomen lady-killer, die de hele dag rond het Senseo-apparaat drentelt. Of was het nou Nespresso? What else.

Maar zoals ik is er toch maar één; ik ben toch uniek? Hoe kunnen ze me nou verdorie verwisselen met die andere personen? Waar halen die lui toch het gore lef vandaan om zomaar op mij te lijken? Dat zou iedereen wel willen, toch? Maar ik heb ook mijn privacy en ik ben zeker Sinterklaas niet. Behalve aan
House heb ik daarvoor aan niemand toestemming gegeven.

Vlaardingen 1 december

Mijn eerste keer

Het was al laat en we hadden een wilde avond stappen achter de rug. Van Café Centraal naar de Sherrybar. Vervolgens naar de Panda om te eindigen in ‘t Packhuys. Of was het nou andersom? Met een groepje meiden dat we ergens halfverwege tegenkwamen was het heel erg gezellig geweest. Volgens Arie waren er tussen mij en die ene dame ook dingen zonder onderbroek gebeurd. Oorzaak drank? Dat zou de eerste keer zijn, maar ook dat kon ik me niet meer herinneren. Misschien maar beter zo.
Toen we eenmaal buiten van de herrie waren bekomen, hadden we nadorst en een ongelooflijke honger. Nou ja, trek in iets. Flauw, zeg maar. Jammer dat we vooraf niet hadden afgesproken wie van ons de BOB zou zijn. Wegens overmatig promillage was een autorit naar Tante Sidonia’s hamburgerpaleis in Rotterdam nu geen verantwoorde optie meer. En bovendien stond de politie verderop te controleren of er soms nog ergens een BERT achter het stuur zat. Dan maar lopend de stad in op zoek naar een shoarmazaak.
Afgaande op de roodgekleurde neonletters, waren we na een tijdje aangeland bij een nieuw geopende grillroom genaamd ‘Oriental’. Van buitenaf zag de felverlichte zaak er niet bijster gezellig uit. Maar helaas was dit de enige eettent die nog geopend was op dit late tijdstip. En we wilden graag -en het liefst zo snel mogelijk- de drankwalm die ons vergezelde vervangen door de woeste frisheid van een knoflookkegel. Arie mompelde iets over ‘voordeel van de twijfel’ en we stapten naar binnen. We hadden behoorlijk wat bakkies op, maar de wandeling had ontnuchterend gewerkt en in het felle TL-licht waren we meteen weer klaarwakker. Een vluchtige scan van het interieur leerde dat we geenszins in de natte droom van smaakagent Rob Geus waren terechtgekomen, maar desondanks gingen we toch zitten. Bij het bestellen werd ons meegedeeld “Ishj irste kir”. We knikten quasi instemmend maar maakten ons ondertussen druk om andere dingen. Onze onderarmen bleven plakken aan het vieze plastic dat op het gammele tafeltje lag. Naast een vaas stoffige plastic bloemen stonden bakjes opgedroogde verf die de schilder kennelijk nog had vergeten. Maar wát er precies geschilderd was konden we met de beste wil van de wereld niet ontdekken.
De bestelde broodjes vlees leken wel ok, maar dan moest er wel knoflooksaus over. Veel knoflooksaus. “Sausj ishj op tafl” rochelde de baas behulpzaam. Toen viel het kwartje. Het was helemaal geen verf, het was de saus! Zoals bij een aangebroken blik moest eerst een dikke okergele korst met een scherp voorwerp worden doorgeprikt. En dan heel lang blijven roeren. Het was te smerig voor woorden. We hadden meteen geen honger meer. Mooi moment om aan de andere klanten te verklappen welke ranzige dingen ze hier nog meer verkochten. Moederkoek Kapsalon, Turkse Vleespet, Waterdarm Salade of Kebab
Krentenbaard? Huu! Om de boel nog enigszins te redden, probeerde deze startende shoarmeur nog snel een praatje aan te knopen. Zo van, ik snap heus wel dat het hier smerig en niet te vreten is, maar de nederlandse overheid heeft me hier destijds naar toe gehaald dus de klanten moeten niet zeuren. Wij hadden onze buik er allang van vol. En wat moest zo’n vent trouwens nog hier? Theo Maassen had gelijk: als je geen last van aambeien meer hebt, blijf je er toch ook geen zalf opsmeren?
“Ishj irste kir?”
“Nee, de laatste keer.”


 

Vlaardingen 1 september

Mijn polygoon over den top.

Op den jongstleden dinsdag, des middags rond het tijdstip van half vier, schrok een lieftallige jongedame zich een hoedje. Toen deze eenentwintigjarige typiste opliep langs den oever van den Vlaardingschen vaart, was zij plotsklaps en ongewild getuige van de verschijning van enig manspersoon die zich in de nabijgelegen bossages bezig hield met pleegen van schennis van den openbare orde. Hierop verliet de man het struikgewasch onder achterlating van zijn pantalon en toonde haar nadrukkelijk het lichaamsdeel dat zijn mannelijk geslacht kenmerkte. Bij de hevig ontdane typiste sloeg de schrik om het hart en zij kreeg van den weeromstuit enkele opvliegers!

Als door een wonder schoot een drietal passerende nozems haar te hulp. De schennispleger maakte zich vervolgens, zonder pantalon, met gezwinde spoed uit den voeten. Nadat deze kraanige jongelingen zich allereerst van het welzijn van den typiste hadden vergewist, kon de niet te vermijden achtervolging een aanvang neemen.

Op schier onnavolgbare wijze wisten deze vermeetele knaapen met gebruikmaking hunner motorrijwiel de afstand op de reeds in den verte verdwenen onverlaat in te lopen! Ter hoogte van Slagerij Runderpensch in den Waalstraat zagen onze helden uiteindelijk kans de vleeschgeworden onbeschaamdheid staande te houden. Kort nadien wist de ijllings gealarmeerde sterken arm hem na een korte edoch hevige schermutseling in den kraag te vatten en in verzeekerden bewaring te stellen.
Aan den drie nozems, allen woonachtig te Vlaardingen, viel uit hande van den burgemeester een bloemenhulde ten deel voor hun dappere bijdrage aan deze aanhouding, zulks onder niet aflatend gejuich van den toegesnelde omstanders. Onze helden hadden zich uit louter vreugd en verstrooiing toegang verschaft tot het balkon van het stadhuis. Van daaruit konden zij de aubade van den in grooten getale aanwezige bevolking in ontvangst neemen. Nadien is gedurende den gehelen avond en nacht een grootsch volksfeest gevierd. De dienders van Hermandad, die in beginsel belast waren met toezicht ter voorkoming van ruzies en handgemeen, lieten glazen Ranja ter consumptie rondgaan.

Alhoewel normaliter het uiterlijk voorkomen van hedendaagsche nozems niet onverwijld uitnodigt tot innig contact, bleken onze helden daarentegen van het uiterst zeldzame type ‘ruwe bolster, blanke pit’.

De eenentwintigjarige typiste, die inmiddels geheel van den schrik bekoomen was, zou hen in het vervolg tot haar dikke vrinden kunnen reekenen. Zij verklaarde hen met een schalkse knipoog: “Hetgeen mij vanmiddag ongevraagd werd gepresenteerd bleek achteraf van uitermate teleurstellende afmeting te zijn. Maar een kniesoor die daarop let, want sinds hedenavond weet ik gelukkig beeter!”

Zoals de lokaal vermaarde bovenmeester Brouwer placht te zeggen: “Boontje komt om zijn loontje”. Terwijl de schennispleeger in het cachot zat te kniezen werd op den top van den avond zijn gehaavenden pantalon publiekelijk getoond.

Theo Jansen

 

Vlaardingen 1 juni

Mijn minderende makke met mijn maatje-meer

In mijn dagelijkse gevecht met de zwaartekracht viel, gleed of struikelde ik me altijd een ongeluk. Net als deze keer en meteen was mijn broek weer kapot. In de opgenaaide suède kniestukken zaten ditmaal ook gaten dus mijn corduroy-broek was nu echt helemaal op. Ik hoopte dat mijn moeder er nog nieuwe op kon naaien, maar daar zag ze geen heil meer in. Het was weer hoog tijd voor het onontkoombare bezoek aan de kledingwinkel. Vreselijk, ik haatte het om nieuwe kleren te gaan shoppen en met een steen in mijn maag en mijn gezicht op onweer sjokte ik dan achter haar aan. “Sorry mevrouw, die jongens-pantalon hebben we niet nóg een maatje groter. Probeert u het met hem eens bij C&A, bij de kleine herenmaten. Of kijk anders eens bij Vervat”. (*)

Dat laatste werd er gelukkig niet ècht bij gezegd, maar zo voelde het altijd wel. Hij heeft aanleg, zo noemde men dat. Het was voor mij een raadsel want mijn ouders waren immers allebei slank. Was ik dan soms van de melkboer of de meteropnemer? In mijn herinnering ben ik altijd al een proppie geweest en als kind werd ik er vaak genoeg mee gepest. Hier volgt een korte bloemlezing. Als je een rondje om mij heen wilde lopen moest je brood meenemen voor onderweg. En het deurkozijn moest eerst worden ingevet voordat ik me naar binnen kon wringen. En volgens zeggen zou ik voor mezelf ook motorrijtuigenbelasting verschuldigd zijn. Ook moest mijn verjaardag altijd tweemaal gevierd worden; éénmaal aan de voorkant en nog een keer aan de achterkant. Gelukkig ken ik tegenwoordig genoeg mensen in mijn omgeving die vele malen dikker zijn dan ik en dat is heel goed voor mijn ego. Misschien uit misplaatste wraakgevoelens, maar vooral ook om de aandacht van mezelf af te leiden, koester ik dat en nmaak er bij gelegenheid graag grappen over. Een nieuwe en zeer zwaarlijvige collega kwam zich op zijn eerste werkdag aan mij voorstellen. “Aangenaam, ik ben Dick”. En dan moèst ik het wel zeggen want voor open doel kop ik ‘m altijd in: “Ja, dat zie ik ook wel”. Of die dikke vrouw, die eeuwige vetklep, bij ons om de hoek: als zij tegen het eind van de middag naar buiten liep gingen de straatlantaarns gewoon eerder aan! Ze kwam eens bij de huisarts wegens hartritmestoornissen en opvliegers. Die stuurde haar meteen door naar de diëtiste en had op de verwijskaart geschreven: “Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat deze mevrouw tijdens de maaltijden uitrust van haar inspanningen om af te vallen.”
Toegegeven: ik ben nog steeds te dik en er moeten nodig wat kilootjes vanaf. En dat ga ik ook echt proberen, ooit. Ik heb zéker geen wespentaille maar gelukkig ook nog steeds geen eigen postcode. Met gepaste trots en thans zonder moeite met een maatje-meer kan ik zeggen dat ik me er prima bij
voel. Mijn vader was timmerman, mijn moeder heette Maria, ik ben op dezelfde dag jarig als Onze Lieve Heer én - last but not least - ik heb een goddellijk  lichaam! Ja, want Boeddha was toch ook een god?
(*) Grootwinkelbedrijf in kampeerartikelen en tentente Rotterdam

Vlaardingen 1 Maart

Mijn tropische desillusie

“Lieverd, welke smaak milk-shake wil je?”
“Als ze ‘m hebben dan graag kokos.”
“Kokos, nee die hebben ze niet. Nooit gehad ook.”
“Echt wel, ze hebben heus weleens kokos.”
“Nou ik heb er nog nooit van gehoord.”
“Oh, doe dan maar banaan.”
“Hebben ze ook niet.”
“Wat? Hoezo geen banaan? Maar banaan is toch een gangbare smaak? “
“Hoe kom je daar nou toch bij? Er is alleen maar vanille, aardbei of chocola.”
“Nou vooruit dan maar, als ze echt niet anders hebben doe dan maar vanille.”

Alles bij elkaar genomen, heb ik in de loop der jaren al heel vaak de McDonalds bezocht. Zodoende heb
ik met álle liefdes in mijn leven -niet één keer maar meerdere keren- een zelfde gesprek gehad: dezelfde
woorden, dezelfde zinnen en in exact dezelfde volgorde! Als enige had de Mac in Wateringen een bedrijfsleider die ze zelf waarschijnlijk ook lekker vond, want daar hebben ze die overheerlijke kokos-shakes nog jaren gehad. Maar ook daar was het ineens over. Ze waren elders “tijdelijk uitverkocht”, daarna gewoon “uitverkocht” en op het laatst helemaal nergens meer te krijgen! Het ging er bij mij niet in dat de kokos-shakes gewoonweg uit het assortiment waren gehaald. Dat kun je toch niet maken met zo’n
prachtig produkt waar veel vraag naar is, althans van mij dan? Tegen beter weten in bleef ik het daarom
gewoon proberen; iedere keer weer. Tevergeefs. Tót afgelopen vrijdag, bij een bezoek aan de McDonalds
in Vlaardingen voor een “we hebben geen zin om te koken en de kinderen willen spelen”-maaltijd,
toen de wereld er opeens heel anders uit leek te zien. Het was koopavond en op zo’n moment is het daar
razend druk, bij binnenkomst is het dus een kwestie van achteraan aansluiten in de rij. Ik ergerde mij er
mateloos aan dat klanten, die vanuit hun comfortabele autostoel in de McDrive de bestelling doorgaven,
telkens voorrang kregen boven de “gewone” klanten die binnen stonden te wachten. Een half uur
drentelen in dit hectische kippenhok had mij al stress en een paar stalbenen bezorgd en ik was nog lang
niet aan de beurt. Er zijn dagen dat alles lijkt tegen te zitten en dit was zo’n dag.


Al mijn frustraties en irritaties waren opeens als sneeuw voor de zon verdwenen toen ik in de verte
een bord boven de balie opmerkte, waar ik een heel blij en bijna euforisch gevoel van kreeg. Jarenlang
was ik door iedereen in mijn omgeving voor gek versleten en nu hing hier ineens het levensgrote blijk
van mijn gelijk. Yes, kokos-shakes! Het was een zwoele zomeravond op de allerlaatste
dag van september. Naast het voltallige personeelsbestand bezat ook het merendeel van de klanten
etnische kenmerken die in sterke mate gelijkenis vertonen met sommige eilandbewoners van de Antillen.
In gedachten hoorde ik het geklingel van steel-drums op de achtergrond en waande mij al helemaal in tropische sferen. Mooi moment om even een fotootje te maken als bewijs aan de rest van de wereld en
om mezelf alvast te verheugen op de verfrissende en evenzo goddelijke smaak van de lang ontbeerde
kokos-shake. Mmmm....


Toen ik eindelijk vooraan bij de balie stond en mijn bestelling mocht doorgeven stortte mijn droomwereld
jammer genoeg weer als een kaartenhuis in elkaar. Men wees mij op de sticker die over het bord was geplakt: “tijdelijk uitverkocht”. Heb ik dat ?
Ongeveer hetzelfde trieste gevoel bekroop mij ooit, toen ik was aangemeld voor de cursus “Omgaan met
teleurstellingen” en het bericht kreeg dat de cursus helaas niet doorging.

 

Vlaardingen 1 desember

Mijn vliegangst overwonnen.

“Je hoeft helemaal niet zo bang te zijn, er gaat toch immers altijd een piloot mee ?” zeg ik altijd stoer tegen zo’n bangerik die voor de eerste keer in zijn leven gaat vliegen.

Voor alles is een eerste keer geweest, ook voor mijzelf. Opgejut door vrienden heb ik vanaf Zestienhoven een vluchtje van een half uur boven Rotterdam gemaakt. Als ik dit als kind zou hebben geweten, had ik nóóit piloot willen worden. Ik zat verstijfd in mijn stoel met het angstzweet in de handen. Uit het raampje kijken durfde ik niet. Dan maar staren naar het metersdiepe decolleté van de stewardess. Weer heelhuids beneden, maar nog met knikkende knieën en een groen aangelopen hoofd, kon ik toch zonder jokken opscheppen over het geweldige uitzicht.

De bedrijven die de volksziekte vliegangst commercieel willen uitbuiten schieten tegenwoordig als paddestoelen uit de grond en voor duizend euro helpen ze je er in twee dagen vanaf. Aan mij zullen ze lekker geen cent verdienen want het is bij mij gewoon vanzelf overgegaan. Maar ik vertik het nog steeds om uit het raampje te kijken. Ik heb er een goede gewoonte van gemaakt om - in het vliegtuig zittend naar véél leukere dingen te kijken.

Over vliegen gesproken: als achter vliegen vliegen vliegen dan vliegen vliegen vliegen achterna. Dat gebeurde gisterenavond in de woonkamer. Het waren twee van die dikke, met zo’n blauw-groen metallic achterlijf. De hele avond irritant gezoem, gekriebel, vervelend geknisper en gebrom. Soms leek het over en was het héél even stil maar dan begon het verdorie weer! Gék werden we ervan. Zodra ik opstond om ze met een opgerolde krant naar de andere wereld te meppen waren ze ineens weer verdwenen. Maar af en toe worden ook vliegen weleens moe, want eindelijk zat er eentje bewegingloos op tafel. “En nou maar hopen dat ie daar nog even blijft zitten” zei ik, “probeer jij hem aan de praat te houden.” Mensen zeggen over mij dat ik heel zachtmoedig ben; ik zou nog geen vlieg kwaad doen. Mooi niet, ik wilde dit loeder met een enorme klap de vliegenhemel in helpen.

De grote truc is om niet te slaan in de richting van de vlieg, maar iets meer in de richting van waar hij naar toe zal vliegen. En raak ! Marianne Thieme moet me geloven als ik zeg dat ie er niets van gevoeld heeft, zo snel ging het. En die andere vlieg is waarschijnlijk zó geschrokken dat ie spontaan het huis ontvlucht is en komt nooit meer terug. En wie durft er nu nog te zeggen dat ik last heb van vliegangst ?

Previous page: Olaf Blauw  Volgende pagina: Fotogalerie