News

jul 1, 2017
Categorie: General
Ingezonden door: cor

Cafe de Waal nu ook op Facebook!

 

jun 1, 2017
Categorie: General
Ingezonden door: admin

cafe_deWaal - ##- ##
 

Ger van Veen

1 juni 2017

Vuilnis

Ger van Veen

Lege bierblikken (halve liters van Nederlandse en Poolse oorsprong), lege vieuxflesjes (kwartliters), volle maand-verbanden, klaargekomen condooms, een verse luier vol stront, dertig peuken met filter, twintig peuken zonder, dertig ijsstokjes, papier waar iemand zijn kont mee afgeveegd heeft, een bakje waar nog een beetje filet d’American inzit, een literfles melk, leeg, bijna leeg, een kapotgetrapte wilde Havanna, halfje brood, kilootje kots, heel veel zakjes waar ooit weed in zat, een paar schoenen, afgetrapt, dat wel, honderden verse fluimen, colablikjes, paling, dood, niet gerookt, diverse graten van diverse vissen (ook een aantal vissen in ontbinding), tientallen bakjes van de Mac, ook tientallen papieren tasjes van dezelfde firma, emmer van Kentucky Fried Chickin’ (niet in de buurt), afgekloven karbonade, afgezogen ijsje, mensendrol zonder papier, paardenvijgen, honderden boterhammen die de eenden niet meer lusten en prooi zijn voor ratten en ander crapuul, hondendrollen, bot van een karbonade, zeven blikjes energiedrank (leeg), een platgetrapte moorkop, doosje waarin drie donutsen hebben gezeten, stuk taart van de supermarkt (platgetrapt), spoor van mayonaise, half vergane gevulde koek (van AH), een overleden bankstel (midden op straat), drie vuilniszakken (zomaar op straat geworpen), een spoor van glas (in de buurt van een glasbak en ergens anders op het fietspad), lege afvalbakken (met veel vuilnis eromheen) … en nog heel veel meer… het is allemaal te vinden op straat in de Westwijk. Zomaar op een zomerdag.

Smijt maar neer en gooi maar weg, ben je het kwijt. Alles is anders in het Wilde Westen. Daar zijn er geen wetten of orde. Daar mag alles. Geen sheriff in de buurt om het vuilprobleem op te lossen. Geen Buitenlijn die de druk aankan. Vandaag schoon, morgen weer een vuilnisbelt.
Het is om te janken, zo smerig.

Welkom in wat ooit de groenste stad van Nederland was!

 

1 maart 2017

Zomaar zo'n dag

Ger van Veen

Het is zomaar zo’n dag. Zo’n ongelukkige dag. Per direct ontslagen. Boventallig, ondanks dat hij een prima boekhouder is. Afspiegelingsbeleid. Hij valt in de categorie 55 tot 65 jaar. Al twintig jaar werkt hij bij dat mooie bedrijf. De rest van zijn leeftijdsgenoten net iets langer, vandaar. In de categorie 25 tot 25 jaar mag dat meisje blijven. Ze werkt pas acht jaar bij de zaak.

Natuurlijk huilt zijn lief met hem mee. ,,Het komt goed, omdat je een kanjer bent. Jij hebt binnen de kortste keren weer een baan”, zegt ze tegen hem. Die avond houden ze van elkaar. Weten ze weer wat het is om elkaar nodig te hebben. Het is zomaar zo’n mooie avond.

Hij solliciteert zich een slag in de rondte maar wordt nergens uitgenodigd. Zijn cv liegt er niet om. Hij is al blij als hij een reactie krijgt. Godzijdank ww. Die stopt op zo’n dag, op zomaar zo’n dag in de lente. Hij heeft bijstand aangevraagd. Dan maar zuinig leven. Bij Dirk kan je af en toe drie pakken zuurkool voor een euro kopen. Smaakt goed, ook in de lente.

Het is zomaar zo’n dag dat ze hem vragen een tegenprestatie te leveren. Hij moet beseffen dat hij iets terug
moet doen voor de stad die hem gratis en voor niets geld geeft. Gratis? Veertig jaar gewerkt. Veertig lange jaren betaald voor volksverzekeringen. Hij vraagt wel of hij zijn ervaring als boekhouder in kan zetten… er wordt niet op gereageerd. Hij kan kiezen tussen washandjes vouwen en de straten van de stad reinigen van papier en ander spul wat de mens al dan niet wegdoet.

Hij vouwt washandjes op kleur en dessin. Ongelukkiger is hij nooit geweest. Eens was hij een man. Een man die er toe deed. Nu is hij niets meer. Vijfentwintig onnodige sollicitaties per maand en washandjes vrouwen is nu zijn leven. Hij haat zuurkool.  De stad heeft hem kapot gemaakt, hem gebroken. Het is zomaar zo’n donkere dag in een zonovergoten lente.

,,Nog maar drie jaar en negen maanden zuurkool eten,” lacht ze.
 ,,En dan de AOW, eten we er een rookworst bij.”
Hij kust haar. Legt zijn hoofd in haar schoot. Ze is washandjes zacht.
,,We redden het wel, lief.”
,,Ja, jongen, we redden het wel.”
En samen kussen ze, op zomaar zo’n mooie lentedag. 

 

Winter

Ger van Veen

Het leven is bijna geleefd. Ja, een goed huwelijk. Drie kinderen, vijf kleinkinderen en één achterkleinkind. Hij leest ’s ochtends nog steeds de krant. Zij begrijpt dat niet meer. Te oude hersens heeft ze. Wel televisie, de hele dag. Hij valt erbij in slaap. Zij is het de volgende dag vergeten. Ze wonen in een verzorgingstehuis in een te kleine kamer. Het lopen gaat slecht. Bij haar, maar ook bij hem. Een keukenkastje vol medicijnen. Ze worden beiden gedoucht door een lieve verzorgster. Soms ook niet want ze komt vaak tijd te kort.

De kinderen hebben het veel te druk. Dat ene kleinkind, dat komt nog wel. Neemt ze een portie patat mee of kibbeling. Vinden ze zo lekker. Verder is het stil. De hele dag, het hele jaar. Stil tot ze sterven. Hij zou wel… nee, hij moet er niet aan denken haar alleen te laten. Praten doen ze niet meer. Soms weet ze niet eens wie hij is. Dan fluistert hij zachtjes zijn naam in haar oor. Op heldere momenten lacht ze. Hij streelt dan haar hand. Zachtjes om haar niet te bezeren. Ze is zo broos.

Ze zijn weer kinderen. Zij draagt een luier, hij moet in bed geholpen worden. Moeder ontbreekt. Wezen zijn ze, opgeborgen opdat de maatschappij het leed van hem en haar niet ziet. Als zij slaapt, denkt hij aan toen, toen alles veel beter was. Hij walst met haar. Ze is zo frêle, zo prachtig. Ze heeft kersenrode lippen. Ze kussen tot de zon opkomt.

Hij hoopt dat de winter voor haar het kortst duurt. Als zij… dan wil hij ook. Op de televisie kondigt de minister nieuwe bezuinigingen aan voor de gezondheidszorg.
O, God, laat ons gaan bidt hij zachtjes. De volgende dag worden ze alweer wakker. De directrice
van het verzorgingstehuis ontslaat vijf medewerkers. De winter blijft maar aanhouden.
Kil, streng en ongelofelijk koud.
                

Vlaardingen 1 juni 2016

VRIJWILIGERS

Het nieuwe toverwoord in Nederland en dus ook in Vlaardingen is vrijwilliger. In de tijden dat ik ben opgevoed heette de 65-plusser die de lijnen krijtte bij de voetbalvereniging nog gewoon een clubman. Dat was je hobby. Nu ben je vrijwilliger, zelfs als je eigenlijk werk doet waar nog geen vijf jaar geleden beroepskrachten voor werden ingeschakeld. De barman of de lichttechnicus bij het theater, de voorlichter bij het poppodium of de pilsjestapper op het zomerfeestje. Ze krijgen bijna helemaal niks voor hun noeste arbeid. Een schouderklopje en een hand van de opdrachtgever en met kerst een pakketje. Hebben wel bazen boven zich die de vrijwilligers voorzien van opdrachten. Dus je kan er ook zomaar uitvliegen als je je gratis werk niet naar behoren doet. De bazen incasseren wel een salaris waar zij goed van kunnen leven. Eigenlijk een schandaal om goedwillende mensen te paaien werk te laten verrichten dat betaald moet zijn. Een theater of een poppodium is geen charitatieve instelling maar een commercieel bedrijf. Vanaf nu doe ik het woord vrijwilliger in de ban. En ik haal het pas uit de ban als hardwerkende mensen weer een gewoon salaris verdienen. De gemeente kijkt glimlachend toe omdat het alweer een aantal instellingen gered heeft. Een pluim voor het college dat altijd in de weer is om de stad van de ondergang te redden.

V&D zou het waarschijnlijk gered hebben als de directie drie jaar geleden besloten had al het personeel in te ruilen voor vrijwilligers. Zo ook de Mantelspecialist, Free Record Shop en al die andere bedrijven die inmiddels failliet zijn maar gewoon betaalden voor een prestatie. Maar zouden zij het vrijwilligersplan opgevat hebben, ach, dan zou jan en alleman er schande van spreken. Waarom weet ik niet maar culturele instellingen komen er mee weg. Erger nog, die worden geëerd en geprezen voor het ronselen van niet betaalde werknemers.

Als ik vrijwilligerswerk doe word ik een buddy van een ALS-patiënt of bezoek ik een oudere in Vaartland. Natuurlijk is het krijten van de voetballijnen ook een optie. Nee, gratis pilsjes tappen voor dikbetaalde artiesten bij een commerciële instelling doe ik niet.
Daar ben ik te arm voor.

 

Vlaardingen 1 juni 2016

ZOMER

Ach, die zomer, die godvergeten mooie zomer. En ergens in de verte hoor je het gezoem van bijen. Het geluk van het verdrijven van de herfst en de winter. Op de lente geef ik een kusje, een heel lief kusje. Maar ik geef een tongzoen aan de zomer. Ik hou zo van dat jaargetijde, hoewel…

Mannen zien er belachelijk uit in de zomer. Zo’n korte broek. Witte benen. Witter dan wit. Vrouwen ook. Te oud en te kort gerokt. Die lui zitten op het terras. Bijna bloot. Ze drinken wijn en bier of bier en wijn. Ze lullen, lullen met elkaar. Ik wil saté… jij een tosti?

En ik zag hoe je die tosti at. Met van die keurige hapjes. Je bent zo mooi. God, ik hou zoveel van je. Natuurlijk zoenen we!

Ik wil zo graag van je houden, zo graag met je slapen. Het is tenslotte zomer. Mijnheer, mevrouw, geef mij uw absolutie.

En we zitten op het terras. Wijn en bier. Weet je liefje, alles is te ver, te ver om van te houden. God, wat is ze mooi. De zomer is zo mooi!

Die boom boven de Waal is zo mooi. Ik kijk er al twintig jaar naar. Het leven is soms zo lelijk… maar zoveel mooier dan mooi kan zijn.

Ger van Veen

Vlaardingen 1 maart 2016

CHAGRIJNIG

Ik ben blij dat het weer voorjaar wordt. De hele winter was het herfst. Ettelijke keren zeiknat geregend. Veel wind. Daar word je chagrijnig van. Overigens heb ik niet te klagen. Een uitkering, dus geen cent te makken. Ik slaap uit, solliciteer me een slag in de rondte en netwerk me de pest. Niet teveel naar De Waal gaan, dat is een aanslag op mijn portemonnee. Maar af en toe ga ik wel. Warmte, gezelligheid en een praatje hier en daar.

Ik word ook erg treurig van Vlaardingen. Die stad stelt helemaal niks voor. Alles is weg. Ik heb in opdracht Chez Brood bekeken in Theater aan de Schie en de Oasebar in Het Oude Luxor. In Vlaardingen is niets meer te zien. Een stad die ten grave wordt gedragen. Dood als een pier is de haringstad. En wij bidden devoot tot onze God dat dat plaatsje aan de Waterweg maar mag overleven.

Dat gebeurt niet.
De politiek beslist.

Er is een dominee aan het graf van Vlaardingen. Hij spreekt mooie woorden. Van overleven en een nieuwe toekomst. De winkels zijn weg. De kunst en cultuur vermoord. Door aasgieren, die schoonheid hekelen. Nog een psalm en een gezang voor de stad ontbindt. Dan is er een groot donker gat in de aarde. Schiedam lacht schalks. Toch de overwinnaar over die vissers.

De harde werkers dromen dat Vlaardingen overleeft. Ach, zolang die gemeenteraadsleden in hun bankje blijven slapen is dat een utopie.

Maar dan staat er zomaar iemand op. Onbekend, onbemind. Een meisje. Dictator ook. Ze is zo mooi dat niemand om haar heen kan. Zij beslist.
De slapenden zijn nu wakker.
En zij zorgt dat alles weer
beter wordt. Beter dan het
ooit geweest is.

Dat er ooit maar zo’n meisje
mag komen… of een jongetje,
dat mag ook!

Ger van Veen

 

Vlaardingen 1 december 2015

Tosti

Wellicht eet er morgen een vluchteling een tosti in De Waal. Zo’n kopje thee erbij met van de bladeren mint erin. Even loungen in het desolate bestaan. Hij begrijpt niet dat die man links van hem al zijn derde biertje bestelt.
Alcohol mag niet, streng verboden. Hij is vreemd in Vlaardingen. Vreemd in dat vreemde land met al die vreemde mensen. Hij heeft nu een status, is losgelaten in een wereld die hem vreemd is. De wereld die hij niet kent. Hij knikt en hij buigt voor iedereen. Dankbaar dat hij nu in vrede mag leven. Dat zijn vrouw en kinderen over twee weken komen.

Hij heeft zijn rugtasje naast zich neergezet. Een blonde vrouw kijkt ernaar. Beetje bang. Parijs, Rusland en Libanon nog vers in het geheugen. Hij moet zes euro afrekenen. Teveel. Veel te veel. Uitkering. Wil hij niet. Daar zit hij dan, alleen. Geen vrienden, geen kennissen, geen familie. Helemaal alleen. En hij ziet dat de man links van hem zijn vijfde biertje bestelt. In het rugtasje een blocnote, een paar pennen en een I-pad. Ja, hij had het goed in Syrië, was ingenieur. Hij rekent af en gaat.

De rugtas blijft staan, onder het tafeltje.

Paniek. De blonde mevrouw belt 112. Ze vinden een paar pennen, een blocnote en een I-pad in het tasje. Geen explosieven. Parijs heeft haar bang gemaakt en hem bang gemaakt. Parijs maakt die eenzame man tot een slachtoffer. Een dader, die hij niet wilt zijn.

Natuurlijk moet hij zich bij de politie verantwoorden voor dat tasje. Het loopt met een sisser af.
Hij zit op de bank, drinkt zijn laatste kopje thee van de dag.

Hij droomt van haar.
Bijna kerst en dan is ze er!

 

Vlaardingen 1 september 2015

Tevreden roker

Een tevreden roker is geen onruststoker. Ik rook. Mijn pijp brandt op vele uren van de dag. Een junk ben ik. Verslaafd aan Troost Rood. Dat is niet goed. Roken is een doodzonde. Je kan er longkanker van krijgen, hartfalen… en nog veel meer. Iedereen gaat dood maar als je niet rookt word je wellicht een paar jaar ouder. Rokers stinken ook. Je ruikt ze al op afstand. Een verbrande lucht hangt om de roker heen. De lucht van een lucifer die net is afgestoken.

De junks van de tabak mogen niet meer in de kroeg roken. Dat is goed nieuws voor de conservatieven die roken in de ban gedaan hebben. Ik heb er geen moeite mee. Dan steek ik mijn pijp maar buiten op. Maar nu gaan er steeds meer stemmen op dat ik ook niet meer op het terras de uitermate zwoele lucht van Troost mag in- en uitademen. Ik verziek met mijn rook een broodje kaas of een kroket. Dat er vijf vrachtauto’s met dampende uitlaten voorbij de kroeg komen doet niets ter zake. Auto’s is zo 2015 en roken zo 1990. Dat de wereld vergaat door duistere machten is bijzaak. Hier in onze stad hekelen wij de rokers die buiten als een stel vrienden er nog één opsteken. Binnenkort verboden. Overal in de stad. Een pijp opsteken of een shaggie rollenis waarschijnlijk over twee jaar een misdaad,ook op het terras. De junks moeten in opstand komen. Buiten roken, moet kunnen.

Ik moet stoppen met die rotzooi. Doe ik vooralsnog niet. Verslaving. Maar ach, ik rijd geen auto. Het enige dat ik doe is Troost Rood in de lucht blazen. Als ik dat op het terras mag doen ben ik gelukkig. Volmaakt gelukkig omdat mijn pijp de mooiste vrouw der vrouwen is.

 

Vlaardingen 1 juni 2015

Is het zo goed?

Ik had geen fuck te doen. Ik vegeteerde… totdat die hond in januari er plots was. Een teckel, rood, ruwhaar en een vrouw. Een explosieve combinatie. Teuntje. Acht weken oud toen zij bij ons kwam. Een darm… maar wel heel erg lief. Eerlijk als de pest. Teuntje is zuiver op de graat. Ze houdt niet van achterkamertjespolitiek. Links is links en rechts is recht bij haar. Aan compromissen sluiten doet Teuntje niet. Als zij iets besluit, voert ze het uit. De enige die haar kan stoppen, ben ik.

Vijf kilo afgevallen door het lopen langs de Krabbeplas. Teuntje niet, die komt alleen maar aan. Ze vreet om te scheuren en heeft iedereen lief. Maakt niet uit van welke nationaliteit, geloof, kleur of seksuele voorkeur. Voor die hond is de wereld één roze wolk. Zij gelooft enkel in het goede. Teuntje zou een slechte politica zijn… als ze in de fractie van VVD zou zitten, zou ze tijdens de gemeenteraadsverkiezingen zomaar op een SP’er kunnen stemmen, omdat ze die vrouw of man liever vindt dan de mensen uit haar fractie. Andersom is bij Teuntje natuurlijk ook mogelijk.

Ik moet een voorbeeld aan die hond nemen. De vrije gedachte, ondanks dat er ergens een grote baas is, die de lijnen uitzet. Kiezen voor love & peace. 59 ben ik nu… en kan nog steeds geen keuze maken. Het duizelt mij. Ik deel meningen en veroordeel meningen. Ben nog steeds een kind dat op zoek is naar het geluk. Het is ergens ver weg verstopt. Ik kan het voorlopig nog niet vinden.

Teuntje kan heel goed graven. Het geluk gaat zij vinden voor mij. Haar poten graven in de aarde. Woelen door het slijk. En ik denk aan mijn familie en vrienden. Dan lach ik zonnestralen. Kus ik mijn geliefden. En het is zomer…

Koop ik zo’n bakfiets. Zet ik Teuntje in een mand voorop. Biertje bij De Waal en dan naar de Krabbeplas. En dan zijn er ook nog mijn twee katten, Jaap en Poes, mijn grote vrienden en helden. Idealisten zijn het.

Als de politiek de adviezen van mijn dieren opvolgt, is het goed. Is het zo goed!

 

Vlaardingen 1 maart 2015

Geraniums

De cultuurbarbaren van de stad denken dat ik, als oude man, shantykoren liefheb. Ik haat die zeemanliedjes. Ze denken ook dat ik van smartlappen hou. Nee! Ik ben van de Beatles en de Stones. The Kinks, Jacques  Brel en David Bowie. Omdat ik oud ben, vinden ze mij ook seniel. Dus bepalen anderen wat ik mooi moet vinden. Maar ik wil nieuw. Altijd nieuw.

De tijden veranderen… vraag het maar aan Bob Dylan. Als ouwe lul wil ik tegen beter weten in  meedoen met de jongens en meisjes van de Kroepoekfabriek. Verder is er niets in deze stad. Zeker geen podium voor ouwe lullen. Natuurlijk lopen die ouwe zakken nog weleens over het grasveld van het Zomerterras.

Forever Young, opa’s en oma’s. Krampachtig laten wij ons gelden en presenteren wij ons drie weken op het festival van ‘ons kent ons.’ De onschuld van de jeugd lacht ons uit. Als ik, als oudere, flaneer over het grasveld en later dans op de tonen van een prima salsaband voel ik de ogen van dat jongetje van zeventien in mijn rug priemen. ‘Wat doet die ouwe zak op mijn festival,’ hoor ik hem denken.  

Ik blijf maar thuis, da’s veel beter dan te infiltreren in de plaatselijke jeugd.

Het is een beroerde tijd voor mij. Omdat alles van mij afgepakt is. Alles wat ik leuk vind wordt in de rug geschoten door de politiek. Het Loggerfestival verkeert in zwaar weer en als het even tegenzit wordt ook het Zomerterras voltooid verleden tijd. Alles wat opgebouwd is door de oudjes, die Jimi Hendrix in de bioscoop zagen spelen als een jonge god tijdens Woodstock, wordt afgebroken door leidinggevende ouderen die vinden dat wij van shantykoren moeten houden.

Mijn verzet is gebroken. Mijn strijd is verloren. De helden op het pluche zijn mijn
overwinnaars. Zij geven het volk
een armoedig rantsoen brood
en geen spelen meer.


Ik had het nooit gedacht…
maar de macht heeft mij op
de knieën gekregen.
Ik bestel morgen geraniums!

 

Vlaardingen 1 december 2014

Mijn nieuwe lief

Ik wil je niet meer, Vlaardingen. Je was mijn lief, maar dat is nu over. We hebben ruzie. Ik heb een nieuwe lief. Een beeldschoon meisje, ze heet Schiedam. Ik hou van haar. Ze is zo mooi, mijn Schiedam. Een stad met gouden borsten. Met fluwelen heupen. Die stad is een natte droom. Ik slaap naast mijn Zwart Nazareth. Ze streelt mij.

En jij, Vlaardingen, die eens mijn liefde was, is dood. Kapotgeschoten door de politiek. Ik beminde je. We hebben met elkaar geslapen. Ik heb je borsten gestreeld, je havens gekust. Het is over en het komt nooit meer goed. Mijn nieuwe lief Schiedam geeft mij kunst en cultuur. Een prachtig theater. Mijn nieuwe lief is zo oneindig lief, terwijl jij, mijn ex, mij een schop na geeft. Dat heb ik niet verdiend. God, wat heb ik je bemind. Maar ik mag niet meer bij je langskomen. Je wijst me de deur.

En daar lig ik dan, in de goot. Teveel gedronken om mijn onvermogen teniet te doen. Ik huil om zoveel onrechtvaardigheid. Mijn lief heeft mij verraden. Is met een andere kerel meegegaan. Een zakenman, met kennis van saneren, die onze liefde in de nek schiet. En dan sta ik daar voor het raam en zie hoe jij vrijt met die vent, die alles kapot maakt. Je geeft je over aan zijn nieuwe zakelijkheid. Dan is ze er, Schiedam, ze liefkoost mij, zegt dat zij mij liefheelt. Ze is zo mooi. ‘Kom maar met mij mee, liefje.’ Ze geeft mij haar Lange Haven, haar BK-laan, haar Gorzen en haar Oost. Ik ben gelukkig.

Ik heb je niet meer nodiga, Vlaardingen. Mijn nieuwe lief is veel beter voor mij. Maar heel af en toe, als ik slaap, dan droom ik weer over die mooie vrouw. Rechtop in bed word ik zwetend wakker. Schiedam troost mij. ‘Heb je het moeilijk, jongen.’ Tranen in mijn ogen. ‘Je houdt nog steeds van haar, hè.’ ‘Ja.’ ‘Het gaat wel over, liefje. Hou je kop in de wind en vergeet haar.”

Ze weet dat ze tweede keus is en toch zorgt Schiedam voor mij als een moeder, een dochter, een minnares.

En jij Vlaardingen… je hebt me in mijn gezicht gespuugd, geslagen en als een hond je huis uitgetrapt. Toch blijf ik altijd van je houden. Schiedam begrijpt dat.

 

Vlaardingen 1 september 2014

De krant

Ik ben een ouwe man, begrijp het niet meer zo goed. Toen ik trouwde zei mijn vader “Je moet een krant nemen.” Het werd het Vrije Volk omdat het RotterdamsParool, dat mijn vader in de oorlogsjaren in
de bus stopte bij socialistische medestanders teloor ging aan de toen al dalende advertentie-inkomsten. Rood als ik was, heb ik dat blad jaren gelezen, broadsheet, lekkere grote krant. Op de vloerbedekking, wijd uitgespreid. Een zaterdag lang lezen. Later ook het Rotterdams Dagblad. Toen het het Algemeen Dagblad werd, heb ik mijn abonnement opgezegd. Mijn vader deed hetzelfde. “Slechte krant, jongen.” Mijn lieve vader die al sinds zijn trouwdag een abonnement op een krant had, was plots krantloos. Ik ook. In die tijd dat mijn vader 85 was kocht hij
op zaterdagen De Telegraaf. “Maar pap, die waren toch fout in de oorlog.” Terwijl ik mijn hele jeugd bestookt werd met de haat tegen de heulers met de Duitsers kocht hij gewoon een Telegraaf op de Van
Hogendorplaan. “Ik doe het voor de sport, jongen. “En je moeder voor het shownieuws.” Hij wilde de discussie verder niet aangaan. Dat deed hij nooit omdat hij vond dat hij altijd gelijk had. Het Vrije Volk bestaat reeds lang niet meer. Het gaat slecht met Algemeen Dagblad en ook Wegener, de uitgever van Groot Vlaardingen, zit in zwaar weer. De krant is een ouderwets medium. Nu.nl, de Vlaardinger en Vlaardingen 24 zijn de nieuwe goden die wij in de haringstad lezen. Het nieuws is verworden tot piepkleine stukkies op internet. Tussendoor even lezen, terwijl je op Facebook laat zien hoe goed je het wel niet hebt.


Hoe goed wij het niet hebben, ondanks dat velen van ons geen inkomen meer hebben. Ik wil de krant
van mijn vader terug. Het Vrije Volk. Uren lezen zonder de druk van de social media. Een zaterdag lang
lezen. Een weekend lang op de vloerbedekking één zijn met al die letters. Weer jong zijn met de krant aan mijn zijde, zonder al die fratsen van het modernisme. Ik wil de krant van mijn vader terug. Een krant die
lezenswaardig is, met nieuws, achtergronden… die krant wil ik. Godzijdank schrijf ik voor
de Waalkrant, een krant die nog iets te vertellen heeft!

 

Vlaardingen 1 juni 2014

Zwaar weer

De Stadsgehoorzaal verkeert in zwaar weer. Een aantal politici zijn de haringcultuurtempel liever kwijt dan rijk. De artiesten zijn te duur zodat op de meeste voorstellingen flink verlies wordt geleden.

Toch zag ik kortgeleden een foto van een lachende Sandra Bruinsma, directeur van die tent aan de Schiedamseweg. Genomen tijdens de presentatie van het nieuwe programma. Lachende Sandra heeft er op eerste gezicht nog alle vertrouwen in. Ik niet. Jaren geleden zei de toenmalige wethouder van cultuur Ben van der Velde, na een grondige
verbouwing van het theater, dat er altijd licht moet branden. Dat de Stadsgehoorzaal een huis moet zijn voor alle Vlaardingers. Dat is niet uitgekomen. Net als de meeste theaters is ons theater gedegradeerd
tot een boekingskantoor van vooral cabaretiers. Een plaats voor getalenteerde Vlaardingers die er toe doen, is het allang niet meer. Een avondje repeteren en optreden… en je bent je maandsalaris kwijt.

Niks geen podium voor de Vlaardingers, niks geen lokale optredens. Gewoon hetzelfde programma als
in Naaldwijk, Schiedam en Sittard. Boeken, boeken, boeken… en dan maar afwachten of er kaartjes verkocht worden. Natuurlijk zijn er door die en gene plannen neergelegd om er een werkvloer te starten,
een echt Vlaardings podium te beginnen. Tegen beter weten in, boeken is makkelijker, ondanks het ingecalculeerde verlies. Naast de grote namen uiteraard ook een groepje ongetalenteerde grappenmakers
die nooit een goede grap zullen maken. Zou Sandra ’s nachts weleens wakker worden en denken; ‘God, had ik dat licht maar laten branden. Had ik maar geluisterd naar al die plannenmakers.’

De politici roeren zich en Sandra zit doodmoe in de hoek van de ring. Aangeslagen, wachtend op de knock-out van de crisis. Vecht terug, Sandra, laat zien dat het theater zich onderscheidt, dat is het enige wat ik van je vraag. De Stadsgehoorzaal is van ons, Sandra, niet van jou maar van ons.

 

Vlaardingen 1 maart 2014

Max, Willem en de cultuur

Koning Willem. Koningin Maxima. Zou dat koppel van cultuur houden? Denk het wel. Grootmoeder Juliana speelde graag toneelstukjes en moeder Beatrix is gek op beeldhouwen. Max danst graag de tango en de nieuwe koning… ja, de nieuwe koning… Ik heb Willem nooit kunnen betrappen op een culturele uiting. Hij heeft veel met water en bier, meer weet ik niet van mijn nouveau vorst.

Nou hebben die koninklijke lui niets meer te vertellen in ons kikkerlandje maar daar wil ik verandering in brengen. Die vorstelijke hoofden moeten pal staan voor ons culturele erfgoed. Dat gaan ze ook doen. Weet ik zeker. Max neemt het voortouw. Ze is niet de vrouw die gaat voor de happy few. Max houdt van cultuur van de kleine lieden. Ze wil dat Vlaardingen op de kaart gezet wordt, heb ik vernomen. Ze is hier er al diverse malen geweest. Voor de Geuzenpenning… maar niemand weet dat ze ooit eens een biertje gedronken heeft in De Waal, incognito. “Lekker wijf”, zei een van de stamgasten.

Dat werd dus een conversatie tot de laatste ronde, Frits gunde Max nog een oranjebitter. En ze dronk
het laatste limonadeglas in een teug leeg. Daarna ging ze naar huis. De drie hofdames nuchter als een aap. Max een beetje rozig. Op Noordeinde had ze het plots door. “Amsterdam is helemaal shit”, zei ze tegen de vorst, die zich nog eens een Jupiler inschonk. “Vlaardingen, daar gebeurt van alles.”

En het gebeurde in die dagen dat het Rijk tien miljoen schonk aan de Vlaardingse cultuur. Dichters, beeldend kunstenaars, fotografen en een toneelschrijver konden plots leven van hun werken. Max is top. En de nieuwe koning vaardigde een besluit uit. Ik ben de baas. Niemand zal en kan mij tegenhouden. Ik ben de macht en Vlaardingen het centrum der cultuur. Rutte en Samson buigen devoot hun politieke hoofden voor de vorst. Wellicht wordt Vlaardingen de hoofdstad van Nederland…
En dit is geen sprookje. Het is echt. Vlaardingen rules… nu nog even Bruinsma overtuigen en dan
gaan… Niet moeilijk, na een kopje gemeentelijke koffie met Max is Bruinsma overtuigd.
Vlaardingen, het cultuurcentrumder nieuwe wereld.
En de haringkunstenaars, die leefden nog lang en gelukkig.

 

Vlaardingen 1 september

Ach, dat meisje

2018. Vlaardingen. Het meisje wil zo graag zingen. Waar? Ze droomt van musicals. Ze heeft ze wel eens gezien, op een oude DVD, nog van haar moeder. Cats, Tarzan, Les Miserables, Miss Saigon. Ze zingt het blindelings mee. Haar moeder zong ook. Ze haalde Tarzan. Als aap in het koor. Toch had moeder maar mooi voor het hooggeëerd publiek gestaan. Het meisje zou dat ook wel willen. Maar hoe? 2018. Vlaardingen. Nee, geen Vlaardingen. Gemeente Rijnmond. Rotterdam, Vlaardingen, Schiedam en Maassluis. Volgend jaar gemeente Groot Rijnmond met Den Haag en randgemeenten daarbij. In 2025 wordt verwacht dat er één gemeente Holland ontstaat. Geen provincies meer maar één grote stad. De nieuwe regering (VVD, PvdA, D66, PVV en CDA) vindt drie theaters in de gemeente Holland genoeg. Eén in Amsterdam, één in Rotterdam en één in Den Haag. Het is nog steeds crisis, dus al die uitvreters van de kunsten moeten geëlimineerd worden. De regering voegt woord bij daad en breekt het hele cultuurveld af.

2019. Wijk Vlaardingen. Het meisje staat met haar haarborstel voor haar mond in haar slaapkamertje.
Ze zingt de Maria Magdalena-partij uit Jesus Christ Superstar. De buurman hoort haar stem door de muur heen. ‘I don’t know how to love him.’ Even sluit hij zijn ogen en geniet van die goddelijke stem. Hij zou ook nog zo graag eens naar het theater willen maar hij is oud, versleten dus de reis naar Rotterdam is te ver.

2021. Gemeente Holland. Het meisje mag auditie doen bij een stokoude Joop van der Ende. Hij doet nu nog maar één musical per jaar. Dit jaar wordt het Soldaat van Oranje. 500 euro per kaartje, voor minder kan de oude musicalbaas het niet doen. Drieduizend meisjes voor één rol. Ze haalt het niet.

2023. Gent. België. Ze zingt de sterren van de hemel. Ze is in de hemel. In een land dat de cultuur lief heeft. Haar moeder, de aap uit Tarzan, zit op de eerste rij. Ze huilt.

2031. Straat Vlaardingen. Er is nu nog maar één gemeente: Nederland. Alle cultuur is dood, maar ergens in de krochten van die straat Vlaardingen staat er zo’n meisje op. Zo’n meisje die er toe doet.

Vlaardingen 1 september

Kroekpoekfabriek

Hoe zou het met de Kroepoekfabriek gaan? Hebben ze het moeilijk? Het zal toch niet gaan sluiten… Ik wil het toch even aanroeren omdat er laatst een poppodium in Rotterdam gesloten is en in Amsterdam een werkvloer voor jonge theatermakers en muzikanten geen cent meer krijgt. Exit. Daarom denk ik nu even aan Renske Verbeek en haar Kroepoekfabriek. Met veel bombarie geopend en met nog meer bombarie geïntroduceerd door de politiek. Dat gebeurde in Rotterdam en Amsterdam dus ook. Het is die politici om het even, die sluiten net zo gemakkelijk iets als ze het openen. Mooie toespraak bij de opening, traan in het oog bij de sluiting.

Geweldig acteerwerk. Al Pacino zou het ze niet nadoen. Het zal die politici een zorg zijn. Ze weten niet eens wat er in de jongerenharten omgaat. Het is van de ratten besnuffeld dat die lui beslissen over de cultuur. Ze maken kapot wat velen lief hebben. Oreren dat de gemiddelde burger niets met kunst heeft. Dat daar best wat van af kan.

Aan zo’n bootje als ‘De Balder’, daar durven ze niet aan te komen, daar moet je je handen niet aan branden. Maar zo’n bootje, wie heeft er nu iets aan zo’n bootje, vraag ik me dan af. Zo’n bootje is een speeltje voor vijfentwintig Vlaardingers die zich verlustigen aan een wreed verleden. Een onmenselijk bestaan als visser op een smerig bootje. Slavenarbeid voor de grootgeldbezitters van die tijd.

Nee, dan liever Renske en haar fabriek. Lekker naar gitaarbandje kijken en luisteren met nog net genoeg geld op zak voor drie bier. Dat is het nu. Daar moeten we zuinig op zijn. Zuinig omdat in Vlaardingen de laatste vijftig jaar al het moois is overleden. Geopend door een politicus.
Bos bloemen voor de initiatiefnemer.  Gesloten als hamerstuk op een  doodgewone gemeenteraads-
vergadering. Daarom denk ik aan de Kroepoekfabriek, hoe gaat het met ze…?

Vlaardingen 1 juni

De Schrijfster!

Het meisje heeft een gedicht geschreven. Ze is er erg tevreden over. Ze wil graag dichter zijn. Ze kleedt zich ook als dichter, als jonge dichter dan. Als kunstenares. Veel felle kleuren, kilo’s sieraden en een knalrode hoed. Daar onderscheid je je mee. Je moet toch wat als aankomend artiest. Aankomend, natuurlijk niet… als artiest. Ze is net 19 en heeft al eens voor mogen dragen. Het publiek vindt het mooi. Ze krijgt zelfs een kus op haar wang van de wethouder. Niet dat ze daar op zit te wachten, maar toch, een wethouder kust natuurlijk niet iedereen. Ze laat haat werk lezen aan oudere gearriveerde stedelijke dichters. Ze vinden het mooi, natuurlijk niet zo mooi als het werk wat ze zelf maken… maar wel mooi. Inmiddels is dat ene gedicht uitgegroeid tot een bundel. De kenners roemen haar werk. “Zo jong en al zoveel weten van lief en leed. Een mirakel.” Ze vindt dat het tijd wordt om een uitgever te zoeken. Niemand wil. “Nog een paar jaar wachten, wellicht lukt het dan”, schrijft een uitgever aan haar. Ze wil niet wachten. Ze wil de wereld veroveren met haar poëzie. Ze besluit haar werk in eigen beheer uit te geven. Het meisje vindt dat zoveel genialiteit niet voor de mensheid verloren mag gaan.
Drieduizend euro en dozen vol boekjes. Ze is trots als ze haar bundel in de kunstgalerie mag presenteren. Vier uur later staat ze eenzaam tussen de dozen. Tien boekjes verkocht, aan familieleden. Haar oudere collega’s zagen er na een wijntje of vijf van af. Te jong, nog te onervaren, vinden ze. De tapas smaakten
heerlijk. “Bedankt, je komt er wel.” Ze huilt een beetje. Is dit nu roem. De galeriehouder verordonneert haar naar huis te gaan. “Het is voorbij meisje, volgende keer beter.”
De oude vrouw maakt een doos open. Honderd boekjes lachen haar tegemoet. Haar jonge Waterloo. Zou ze… ja ze doet het. Nieuw werk. Ja, ze presenteert het als nieuw werk. De uitgever leest het. “Dat zo’n oude vrouw zulke verfrissende gedichten kan maken. Curieus” Geen galeriehouder in Vlaardingen waar ze
haar werk mag presenteren. In Donner. Tout Rotterdam is aanwezig om de nieuwe bundel van de heldin van de poëzie te begroeten. De pers smult ervan. “Ze heeft prachtig werk gemaakt maar dit gaat verder, veel verder, een bundel vol wanhoop, liefde, seks en ergernis. De auteur is 83 maar schrijft als een
meisje van 19. Aanschaffen, die bundel.”
De oude vrouw krijgt bezoek. Jong meisje, net 19. “Dus jij wilt mij een gedicht laten lezen” “Ja, zegt het meisje.” “Kom maar op.” De oude vrouw leest het en lacht. “Goed werk… en wat anderen ervan vinden, laat maar lullen, jij bent de beste, de allerbeste! En die overwint altijd.”

Vlaardingen 1 maart

De Man!

Er was eens een man die graag mooie dingen wilde maken. Hij schrijft, speelt mondharmonica, piano en gitaar. Wil beroemd worden en schrijft zich in voor ‘De Voice’. Dat wordt een deceptie. Hoewel hij een prachtige stem heeft, draait niemand zich om. De juryleden zijn er niet rouwig om dat ze de man niet uitkiezen. “Hij heeft geen looks”, laat Nick zich
ontvallen. “Ronduit lelijk”, vult Simon hem aan.

In de trein terug naar Vlaardingen huilt de man een beetje. Alleen… want hij heeft geen vrienden. Hij woont op een zolderkamertje ergens in de Babberspolder. Daar maakt hij de mooiste dingen. Hij heeft een romanvan 1000 pagina’s klaarliggen. Speelt in zijn eentje Hamlet van Shakespeare en heeft zojuist zijn vijfde dichtbundel afgerond. Hij
wil het wel opsturen naar een uitgeverij, maar durft het niet. Iedere keer als hij de postzegel op de enveloppe wil plakken maalt de stem
van Nick door zijn hoofd: ‘Geen looks.’ Hij gaat naar de kapper en meet zich een nieuw pak aan. Zo, hij is het ventje. Maar als er in
de stad een klein jongetje naar hem wijst en roept: ‘kijk mam, zo’n lelijke meneer heb ik nog nooit gezien’, slaat de onzekerheid weer
toe. Nick heeft gelijk, het zal nooit iets met hem worden. Hij sluit zich op in zijn zolderkamertje. Besluit een epos over een lelijke man te schrijven. Binnen vier maanden is het af. Daarna geeft hij al zijn zuurverdiende centen uit aan opnameapparatuur. Hij gaat achter de piano zitten en neemt in drie dagen ‘Das wohltemperierte clavier’ van Bach op. De dagen erna zet hij zijn zelfgecomponeerde liedjes op geluidsdragers. Blues en country, op gitaar en mondharmonica. Hij is uitgeput en slaapt een week achtereen. Pakt wakker al zijn schrijfwerk en opnamen in. Doet er postzegels op. Stalt de pakjes uit in de zolderkamer. Dan gaat de man op pad. Hij wordt wel nagekeken door die en gene, maar dat is hij gewend. Hij lijkt nu vrolijk omdat het gedaan is. Het is zomaar ineens over. De klap van de trein voelt hij niet eens. Iedere look is nu weg.


Ronduit lelijk daar in brokken op de rails. Ze ruimen zijn huis uit. Zijn meubeltjes en
opnameapparatuur gaan naar Het Goed. De pakjes worden verzonden. Een half jaar erna is Nederland in rep en roer. Een genie is ontdekt.


Pauw en Witteman, De Wereld Draait Door, overal is hij het onderwerp van gesprek. Op de cd’s en boeken geen foto van de man, omdat er nooit een foto van hem gemaakt is. Bestsellers en gouden platen. “Verdomd”, zegt Nick tegen Simon, “wat een stem, die hadden we bij de Voice moeten hebben. “Ach, Nick”, antwoordt Simon, “We hebben het hier wel over een genie… die komen niet naar De Voice. Daar gaat het om de looks.”

Vlaardingen 1 december

Sorry!

Het jaar is al bijna om… of als u dit leest reeds voorbij. Ik ben een tijdje afwezig geweest dus verwacht van mij geen bespiegelingen over de huidige stand van de kunst en cultuur in de haringstad. Vanaf mei geen expositie bezocht, geen toneelstuk gezien, de bioscoop gemeden, de Nacht van de Nacht gemist en niet gespot op het Bob Verbiestgala.

Ja, wel eventjes naar het Zomerterras geweest, was leuk. Het laatste half jaar geen letter op papier gekregen. Ik heb me gedragen als een lui varken. Als iemand die volledig het culturele spoor bijster is. Eén van mijn goede voornemens
voor 2012 is om dat te gaan veranderen. Als columnist van deze krant moet je een beetje bij de tijd blijven. De lezer zit niet te wachten op flauwekul. Dus ga ik in 2012 weer overal naar toe. Ga ik de Vlaardingse vernieuwing onderzoeken. Dan ga ik me ook  als een oppassend criticus gedragen. Nooit meer azijnpissen, maar vrolijk, opgewekt en vooral positief berichten over de stedelijke kunst.

Ja, echt, ik ben veranderd, heb het haringlicht gezien. Dus sorry, sorry, sorry. Ik bied mijn verontschuldigingen aan. Aan iedereen die ik onheus bejegend heb. Uit het diepst van mijn hart. Wie ben ik om kritiek te leveren. Ook mijn excuses aan wethouder Jan, die ik in mijn vorige column heb aangevallen omdat hij te oppassend zou zijn. Verder aan staatssecretaris Halbe… hij is immers uitverkoren om het schoonmaakwerk te doen.
Voor Café de Waal moet ik ook diep door de knieën gaan. Zij plaatsten al die lelijke stukkies toch maar. Last but not least mijn medecolumnisten. Die staan al meer dan een jaar met zo’n zeikerd op één pagina. Lieve mensen, gun mij nog éénmaal de kans, ik bid het u. Doe mij niet in de ban. Laat me nog één jaartje bewijzen dat ik het waardig ben om over al het moois dat deze stad voortbrengt te schrijven. Als dat niet
lukt mag u, als klant van de Waal, me ontslaan. Lukt het wel ga ik gewoon door met het schrijven van stukkies. En maak er wat van in het nieuwe jaar. Ik drink op u...

Vlaardingen 1 september

Cultuur met een kruisje

Heb je het gezien, al die kruisjes op Facebook. Onder je foto zo’n badge om te protesteren tegen de cultuurbezuinigingen in Nederland. Rutte wil zo’n 200 miljoen besparen op kunst. Hij heeft een beul aangesteld. Een volgzame man. Halbe. En die Halbe neemt geen halbe maatregelen. Als de man met de zeis doodt hij rigoureus beeldend kunstenaar, acteur, schrijver, danser en muzikant. In Vlaardingen verandert er echter niets. Nou ja, het museum is gered. Dat is de dadendrang van het nieuwe college. Wethouder van cultuur Robberegt doet wel pogingen maar faalt als een beginneling. Als het Zomerterras maar blijft… en het Loggerfestival. Dan is Jan een tevreden Jan. Halbe is blij met wethouders als Jan, die geven niet teveel centen uit. Kijk, Jan doet wel veel voor jongeren. De Kroepoekfabriek. Ik zag op het Zomerterras zelfs achtjarigen met een veel te groot T-shirt van die club rondhuppelen. Niet echt reclame omdat de jongelingen schreeuwden dat het een lieve kust was. En dat gin zeker niet over kunst. Maar dat terzijde. Naar mijn idee heeft kunst niets te maken met jong of oud. Als een rapper 87 is en hij rapt goed, moet je niet ouwehoeren… Ik ken zeker zes Vlaardingers die het verschil kunnen maken in deze stad. Jan is doof voor die geluiden. Hij gaat voor jong en voor degelijk. Het museum en de Kroepoekfabriek. Die Vlaardingers die het wel willen veranderen, zijn inmiddels sufgemaakt door het nee van het college. Door het alsmaar afwijzen. Halbe droomt van gemeentes als Vlaardingen. Was Amsterdam maar zo. Die lui daar in de hoofdstad maken het hem ontzettend moeilijk. Jan niet. Omdat Jan denkt geen kunst te hebben, terwijl het broeit en gloeit in de haringstad. Een wethouder als Jan zou zich eens echt moeten bemoeien met kunst…
en niet een ambtenaar het werk laten doen.

Bij grote projecten in de stad werden er steevast buitensteedse kunstenaars aangetrokken. Ik weet nog goed dat een Rotterdamse charlatan (een vazal van Jeanne van Heeswijk) vlotten ging bouwen met scholieren in het kader van Westwijk 2005. Peperdure onderneming. Maar ach, die vlotten werden door rivaliserende tegengekante jongeren tot zinken gebracht. Die Rotterdamse kunstenaar belde mij (toentertijd was ik eindredacteur
van Groot Vlaardingen) mij op. “Ze hebben mijn kunstwerk vernield”, meldde hij mij met een snik in zijn stem. “Maar, ach”, zei ik. “Jongetjes doen dat nu eenmaal. Zelfs in mijn tijd” De kunstenaar was niet te troosten. “Maar omdat ik het begeleidde was het kunst”, beet hij mij toe.
Ik heb er verder geen woord aan gewijd. Dat is dus kunst van jouw gemeente, Jan. Vlaardingen, ik zou er graag werken… maar ze herkennen
me niet. Dan maar Gent en Amsterdam, daar weten ze me wel te waarderen,. Jan, maak een statement, zet dat kruisje onder je naam!

 

Vlaardingen 1 juni

Vlaardingen goed arts

Ik weet het niet meer. Niet meer wat ik moet schrijven. Kijk, nu, op het moment dat ik deze column schrijf, is er een poltieke crisis. Maar als jullie dit lezen is het allang opgelost en gaan we links danwel rechtsom. Of Leo is de grote man, of Hans.

Ik heb er schoon genoeg van. Ik heb besloten om zelf de politiek in te gaan. Lijst mijnheervanveen. Potverdikkeme, ik ga Vlaardingen laten opstijgen tot in de cultuurhemelen. Uiteraard word ik wethouder van cultuur, want daar was het me allemaal om te doen. Maar ja, als alle stemmen toch naar mij toe gaan eis ik ook alle anderewethoudersposten op. Word ik wethouders. Heb ik met niemand meer iets te maken. Ik wil macht. Macht om van Vlaardingen een kunststad te maken. Kunst met een grote K. Geen minimale dichtertjes of amateur-acteurs.

Ik ga druk uitoefenen. Stel een geheime dienst in die alles controleert. Een mijnheervanveen stasi. Vlaardingen moet beter worden dan Utrecht, Rotterdam of Amsterdam. Nee, beter dan Londen, Parijs en New York.Ik ga niemand iets opleggen. Ik wil nieuwe ideeen, nieuwe zienswijzen. Nieuwe makers. Degene die kopieert van een landelijke beroemdheid, krijgt van de mijnheervanveen-stasi een flinke boete of een fikse gevangenisstraf.


Weg met die groene stad en weg met dat haringverleden. Vlaardingen goes arts. Vanuit de hele wereld trekken bedevaart-gangers naar de stad waar kunst gemaakt wordt. Tv- programma’s als de Wereld Draait Door worden opgenomen in De Waal, D’Oude Stoep en Loenz.  Hoe ik dat allemaal wil gaan doen, weet ik nog niet, maar daar kom ik wel uit, omdat ik inventief ben. Ik ga eerst met de Vlaar-dingse kunstenaars om tafel zitten. Vormen we een denktank, dat is immers modern. Maken we een plan?Ach, het zijn maar dagdromen. Ik heb niks van een machthebber en ben een politiek onbenul. Met mij aan het roer zou deze stad volledig ten onder gaan. Dus blijf ik hopen op een verlosser. Die niet zal komen, denk ik. Nou dan zijn en blijven we toch gewoon een slaapstadje onder de rook van Rotterdam!

Vlaardingen 1 maart

Ik ga Underground

Moet ik weer een stukkie over kunst en cultuurschrijven . Heb ik geen zin in. Die politiekeluitjes draaien al eeuwen de schoonheid de nek om met als enige remedie; het is nodig, kunst is ondergeschikt aan het grote belang. Rembrandt had er mee te maken , Vondel , Van Gogh, Shakespeare, Schubert, Liszt… en al die anderen . In hoogconjectuur grote helden , in laagconjunctuur een doodgewone hobby, links danwel rechts. Potverdikkeme, ik heb er geen zin meer in.

Ik ga De Waal vragen om eens een keer poëtische stukkies te mogen schrijven . Over het ontluikende lover, de geur van ambrozijn en het gekwinkeleer van de zangvogels die de lente verwelkomen .Dat moet ik gaan doe. Wat kan mij die kunst verdommen. Ik ben een ouwe vent. Het is die kwaadheid… nee, ik word niet kwaad. Ik denk aan het terras
van De Waal op een mooie lentedag. Twintig graden en een witte wijn in het verschiet.

Een praatje met die en gene over van alles en nog wat en je zorgen opzij zetten . Ik wil het wel maar het gaat niet. M´n kop zit vol woede en dat moet eruit anders word ik nog slachtoffer van m´n eigen grote kunstdepressie. Dan maar geen geld, dan maar geen steun . Ik ga al die politieke onbenullen
eens een poepie laten ruiken. Ik ga underground. Ik verstop me diep in de aarde en begin een grote carrière, zonder één cent aan te nemen. Ik ga dichten en voel me door iedereen onbegrepen, behalve door mezelf natuurlijk. Maar da´s geen optie omdat ik geen goede dichter ben. Schilderen kan ik ook niet en in het maken van beelden en installaties ben ik een watje. Het enige dat ik kan is een toneelstukkie schrijven en een scriptje voor een film maken . God, ik kan zo weinig, Vraag mij om een kamer te behangen en het loopt verkeerd af. Roep mij om houtblokken voor de open haard te hakken … niet doen,
houw ik m´n eigen schrijfarm eraf.

Ik ben een paria, een onbegrepen zak. Iemand die niemand ziet staan . Nou ja, niemand, de Belgen vinden me aardig. Zo aardig dat ik deze winter een filmscriptje mocht schrijven . Metro, is opgenomen in Gentbrugge, Gent en Brussel . Het heeft Vlaardingen geen cent gekost. Gent heeft wel bijgedragen , maar dat terzijde. Ik ben nu één al underground. Ik regel het zelf wel . Ik denk dat ik Marjon van De Waal ga vragen of ze die film in het café wil vertonen . Ik ben zo trots, de hoofdrol wordt vertolkt door Anton Cogen (commissaris in Mega Mindy) Begin augustus is de film klaar. Maar eerst de lente.

Een lente vol underground. Doe wat je wil doen en strijd tegen de arrogantie van de politiek. Maar eerst
genieten van een heerlijk voorjaarszonnetje… op het terras van De Waal . Wijntje drinken . Pfff… stoppen nu, ik wil morgen weer schrijven. Laatste ronde. Nog ééntje, het is tenslotte lente en twintig graden.

Ger van Veen

 

Vlaardingen 1 december

Linkse hobby!

Ik ben een linkse hobby. Dat vindt Geert. Dat vindt Mark. Dat vindt Maxime. Ik ben geen landelijke linkse hobby dus kan ik in de avonduren Job, Emile, Femke en ook een ietsie pietsie Alexander op mijn buik schrijven . Als plaatselijke linkse hobby moet ik het doen met Joop, Kees en Arnout. Kijk het zit zo, rechts zoals Vera, Cees en Leo, hebben hele andere hobby’s.

Dat stel zal je niet meer zien bij het gesubsidieerde theater of bij een getalenteerd beeldend kunstenaar die een zetje in de rug krijgt van gemeente, provincie of Rijk. Die rechtse lui willen zo snel mogelijk van al die geldverspilling af. Linkse hobby’s heb je niet nodig, dat gaat ten koste van de instabiele economie. Of van de bankdirecteur die, ondanks dat hij duizenden mensen heeft afgezet met een woekerpolis, gered moet worden van de ondergang. Zo’n man of vrouw mag toch ook wel af en toe een oestertje leegslurpen.


Linkse hobby’s moeten direct afgeschaft worden. Anders wordt het een zooitje in de wereld. Uitvreters zijn al die kunstenaars… ze teren op de gemeenschap. Daarom zit ik in een depressie. Ik ben zo iemand die ooit geld heeft aangenomen om een stukkie te schrijven. Ik schaam me dood. De dokter heeft me een recept voor antidepressiva voorgeschreven. Slik al drie weken drie maal daags een pil. Het mag nog niet baten .Gisteren schreef ik stiekem een scènetje. Bah, wat een slappeling ben ik toch. Ik ben links hobby verslaafd. Misschien dat ik bij Vera te rade moet gaan. Vragen wat haar hobby is. Ik denk punniken of het breien van geitenwollen sokken. Die geeft ze in de wintermaanden aan de fractie van GroenLinks om die groentjes te behouden als tevreden coalitiegenoot. Of ik ga gezellig met Cees en familie een potje mens erger je niet spelen.
Het gezin is immers de hoeksteen van de samenleving. Kop chocolademelk erbij en je hebt een topavond. Cryptogrammen oplossen of een avondje debatten voeren met Leo lijkt me ook wel aardig. Maar ja, dan verlies ik steeds en kan ik weer terugvallen in oude gewoontes. Wellicht ga ik gokken in het V&D-gebouw. Dat ik dan in de ban word gedaan door de ChristenUnie/SGP neem ik voor lief. Als ik eenmaal gokverslaafd ben, breng ik tenminste nog iets op. Da’s beter dan de hobby van Joop, Kees of Arnout te zijn. Ik draaf door, heb nodig mijn pil nodig. Hoop dat ik genees en een rechtse hobby word. Dan ga ik snoeien want dat is groeien. Dat alle beoefenaars van de kunst mij maar mogen volgen. O… het spijt me dat ik dit stukkie geschreven heb. Ik ben nog niet helemaal clean, vandaar!

 

Vlaardingen 1 september

Crisis.. dus gaat het niet door!

Kijk, het begint allemaal met een schaatsbaantje. Dat stond vorig jaar in de Fransenstraat en zou dit jaar op het Veerplein komen. Gaat niet door. Te duur. Crisis. We moeten denken aan de sociaal kwetsbaren, die hebben voorrang. Dus de kinderen van de sociaal
kwetsbaren kunnen rond de kerst de ijzers niet meer onderbinden en eens lekker genieten.


Kijk, het begint allemaal met de Broekpolder. Mooie plannen uitgedacht. Een museum, een haventje. Crisis. Gaat niet
door, we moeten eerst mededogen hebben met de sociaal zwakkeren . Dus die sociaal zwakkeren wordt een geweldige polder ontnomen . Het begin van het einde. Gaan we nu dadelijk ook korten op muziekschool OpMaat en de bieb. Kunnen
de kinderen van de sociaal zwakkeren nooit meer musiceren en lezen. Gaan we dan ook nog korten op het theater, zodat de bijstandsmoeder nooit meer een voorstelling kan zien omdat de kaartjes niet meer te betalen zijn. Ik weet er nog wel een paar om op te bezuinigen.

Het Zomerterras: kan de sociaal zwakkere nooit meer Waylon , Boris of Alain Clarck gratis en voor niks zien. Het Vlaardings Songfestival: geen cent meer aan uitgeven , ondanks dat vele ex-deelnemers nu in grote musicals staan.
De Kroepoekfabriek: gaan we gewoon op korten... kan dat rappertje nooit TMF halen. Het Valkenhof Theater, prachtige plaats voor het amateurtoneel . Gaat over een paar jaar tegen de grond. Ben je ook weer van dat zooitje af. Schaf dan ook maar toneelgroep Facetten af. Toneelles aan kinderen van 8 tot 88 is totale onzin . Crisis. Je moet niet meer denken in schoonheid maar in effectiviteit.

 

Het is bij de konijnen af dat ik denk dat kunst en cultuur een opvoedende waarde heeft. Gewoon deleten die zooi. D’r uit met al die leuke dingen in Vlaardingen . We worden een slaapstad, zonder gein, zonder pretenties. O, ja, ik weet nog iets waar we op kunnen bezuinigen. Op onze Tsjechische zustergemeente. We gaan als gemeenteraad nooit meer Oost-Europees bier drinken in den vreemde. Crisis. Die Tsjechen blijven voortaan ook in Tsjechië want wij willen geen geld meer uitgeven voor cultuur… en zeker niet voor een Tsjechisch koortje of zo. Mijn god, wat gaan wij een saaie toekomst tegemoet. Nee, Van Veen , herpak jezelf en geef jezelf over aan de nieuwe tijden. Dat ga ik doen. Bedankt college, dat u ons redt… dat u alles opzij zet om de sociaal zwakkeren bij te staan! Godzijdank kan ik niet schaatsen.
Ger van Veen

VLAARDINGEN -1 juni 2010

De zomer... wat saai!


Ik hou van groene bomen, van bloemen. Het is toch verschrikkelijk dat alles zo mooi is in de zomer… maar dat de kunst vakantie heeft. De kunst gedijd onder kale takken, stormen, regenbuien en straten vol sneeuw.
Als de zon gaat schijnen stopt het allemaal. Gaan we met z’n allen op vakantie. Dus heb ik deze zomer niets te zeiken. Ga ik toch gewoon vrolijk doen.
Met m’n collega’s lunchen in De Waal omdat het bij de krant komkommertijd is. Grote clubsandwich in m’n mik gooien of een moderne Italiaanse salade verorberen. In augustus ben ik dat gelanterfante al weer goed zat. Verbrande kop, verbrande armen en overal muggen… en het is zo verschrikkelijk stil in de stad.
Ik kan nergens naar toe want iedereen zit in het buitenland. Gelukkig kan ik naar het Zomerterras. Of ga ik een stukkie fietsen in de Broekpolder. De zomer is zo heerlijk en rottig tegelijkertijd.
Bij dertig graden of meer zit ik achter m’n pc en wil een nieuw toneelstukkie schrijven. Na vijf minuten breekt het zweet me uit en besluit ik toch maar om een paar biertjes op het balkon te gaan drinken. De zon en de zwoele warme wind haalt al mijn creativiteit uit mijn kop.
Het is nu al begonnen, vandaar deze zouteloze, kritiekloze column. Nog zo’n 150 woorden en het is weer af… pfff. De politiek ligt ook zo goed als stil. Zou er één van al die partijleden zijn die aan kunst denkt tijdens het reces. Of gaat het weer niet verder dan een paar biertjes in ’t Hof. Ik neem het ze niet kwalijk, het is zomer en dan heb je nergens zin in, vooral niet in nadenken. Dan is het ineens over. Krijg je de UitMarkt op het Veerplein en gaat iedereen weer aan het werk. Volop energie om mooie dingen te maken en ik mag dan weer maandenlang azijn pissen voor de Waalkrant… maar ja, dan vallen wel de bladeren en moet ik meer dan een half jaar tegen kale bomen aankijken. Verlang ik alweer naar het voorjaar. Het is ook nooit goed.
Ger van Veen


VLAARDINGEN - 1 maart 2010

Dat moet je gaan zien in de Harmonie…


ik durf het eigenlijk niet te zeggen, omdat ik dan alle wetten van de journalistiek te buiten ga, maar je moet het wel zien. Niet omdat ik het geschreven heb… ik zwak het wat af hè, omdat ik geen reclame voor mezelf wil maken, daarom, maar je moet er naar toe omdat Jetty Mathurin het zo goed speelt en omdat Fenneke Wekker een geweldige regisseuse is, niet omdat ‘De Voorkamer’ mijn stuk is. Gewoon gaan kijken op 14 april. Het duurt maar een uur en een kwartier, heb je daarna nog genoeg de tijd om lekker te bieren in De Waal. Ik zie het wel zitten op die woensdagavond.

Weet je wat ik ook zie zitten: Renske Verbeek, de nieuwe directeur van de Kroepoekfabriek. Die gaat het talent opzoeken in de haringstad. Hoop maar dat ze een beetje geld krijgt van al die gierige politici. Die houden de knip liever dicht en beroepen zich nu op crisis en moeilijke tijden.

Weet je wat ik niet zie zitten… al die verkiezingsprogramma’s. Moet je eens onder het kopje kunst en cultuur kijken. Geen enkel inzicht, geen plannen en geen ideeën. Het houdt in dat de meeste programma’s ophouden bij het Visserijmuseum, die megabioscoop annex gokhal in het V&D-gebouw en de Stadsgehoorzaal. Het is bij de konijnen af wat die politieke lui over de schoonheid der kunsten te melden hebben. Ze hebben lak aan een bruisende stad en willen alleen maar behouden wat er nu is en geven geen zier om al die getalenteerde Vlaardingers. Voetbal, dat wel. Korfbal en tennis ook. Het kan niet op, kunstgrasvelden, kantines en nog meer weelde voor de gezonde mens. Kunst, ja, alleen als het gratis is. Krijg je een compliment en een bos bloemen van burgemeester en wethouders omdat je het zo goed gedaan hebt. Kun je niet meer eten dan hutspot en spaghetti. Geld willen die kunstenaars, geld om van te leven, geld om nieuwe kunst te maken. Dat begrijpen ze in het Westnieuwland niet. Maar als er één doorbreekt, zoals Noortje Herlaar in Maassluis, dan koketteren we met ze. Dan is die kunstenaar plots een kind van de stad. Ik word er zo moe van. Kunstenaars willen werken en gewoon betaald krijgen. Noortje gaat door met Joop, Cornelis Pons door heel het land, Pepijn Gunneweg door heel Europa, Astrid Kersseboom in het mediapark en ik, ik mag eventjes in Amsterdam werken. Ver weg van al die luizige programmaatjes zonder know-how. En als we dan ergens in het land, ver weg van het koninkrijk der haringen, gewoon geld krijgen voor wat we doen, dan vergeten we eens en voor altijd de plaatselijke ideeën van VVD, D66, PvdA, SP, VV2000, CDA, GroenLinks en al die anderen. Dan zijn we vrij. Maar tot die tijd blijf ik me verzetten tegen het cultuurcalvinisme van de politiek!
Ger van Veen


VLAARDINGEN 1 september

Rustig Cultuur jaartje, wat brengt de afsluiting van 2009?



VLAARDINGEN - Aanradertje om een voorstelling in de Stadsgehoorzaal te bekijken is wellicht de melancholie van  fadozangers Monica Triga en de vurige stem van flamencozanger van Carlos Denia.  Ze staan op 3 december in ons eigen theater aan de Schiedamseweg. Leg 17,50 neer, drink daarna nog een paar biertjes in De Waal en je hebt een topavond. Als je nog veel goedkoper uit wil zijn kun je op 24 december gratis een concert bijwonen van Nicole Philomena.

Ook top en van eigen haringbodem. Wel zo leuk natuurlijk. Het is overigens kunstmaand geweest in Vlaardingen. Niets van gemerkt. Ja beeldend kunstenaar Cees Eijkelenboom werkte zich in het zweet tijdens een zwaar verregende Nacht van de Nacht. Maar meer… ik zou het niet weten.  

Ik kreeg wel van die en gene een mooi foldertje in mijn hand gedrukt. Het heeft me niet geboeid anders zou ik het niet verdrongen hebben. Overigens heeft Vlaardingen ook nog de euvele moede gehad om zich in te schrijven voor kunststad van het jaar. Godzijdank is daar niets uitgekomen omdat we, als we door zouden zijn, een flater van jewelste zouden hebben geslagen.  

Een paar beeldende kunstprojectjes zijn best aardig maar de overige kunst komt er in onze stad bekaaid af. Dit jaar nauwelijks vernieuwing gezien. Geen opmerkelijke nieuwe muzikanten, geen dichters die hun konten tegen de krib gooien en geen zooitje jonge honden die het theater een nieuwe injectie geven. De tijd is hier stil blijven staan.

De gemeente heeft een hele hoge hoed met daarin een aantal gevestigde namen. Als er ééntje nodig is haalt een ambtenaar de stoffige hoed uit de kelder en trekt er een dichter of muzikant uit. Natuurlijk hebben al die gevestigde namen hard gewerkt om in de hoge hoed te mogen wonen. Maar ach, een verhuizinkje op zijn tijd…  de gemeente houdt ze echter aan hun hoedcontract. Stel je voor dat het op zoek moest naar een nieuwe veelbelovende kunstenaar.

Laten we afspreken dat we tien jaar hard gaan werken om het kunstklimaat te verbeteren. Scouts aanstellen die het talent opsporen. De Culturele Raad in ere herstellen en een podium creëren voor al die talentvolle Vlaardingers. En dan schrijven we ons weer in voor kunststad van het jaar. Winnen we zeker. Zijn we groen en kunstzinnig.  Maar ach, waar maak ik me druk om. Het is bijna december. Vrede op aarde en in de mensen een welbehagen.

Eerst nog Sinterklaas. Als het een kunstklaas is hoop ik niet dat hij langs de gemeenteraad gaat. Doet hij het wel, stopt hij ze in de zak en mogen ze voor straf een jaar lang in Spanje naar Guernica kijken.  Ik neem me voor om met dat doemdenken te stoppen.
Ga eerst naar Monica Triga en dan naar Nicole Philomena. Als ze dan Garça perdida voor me zingt, en je goed naar me kijkt, zie je een heel klein traantje in mijn linkeroog.

Maak er een mooie kerst van en een gelukkig 2010.
Ger van Veen

 

Previous page: Jan den Boer  Volgende pagina: Gewoon Peter