News

jul 1, 2017
Categorie: General
Ingezonden door: cor

Cafe de Waal nu ook op Facebook!

 

jun 1, 2017
Categorie: General
Ingezonden door: admin

cafe_deWaal - ##- ##
 

Marleen Bos

 

1 juni 2017

Magic

Mooi verpakt in een bruin papieren zakje zit een blikje met een magische boon. Het is een cadeautje van N, één van mijn schrijfcafébezoekers. Vorig jaar leerde ik haar kennen bij de schrijfcursus en stelde ze zich zelf voor met zo’n zelfde blikje. N vertelde over haar lievelingssprookje Jaap en de bonenstaak. Over het geloof in eigen kunnen, nieuwsgierigheid en doorzettingsvermogen. Het groeien en bloeien van de magic bean, waarbij een boodschap zichtbaar wordt na het ontkiemen, staat voor haar voor het blijven geloven in wat je doet. Ook als je omgeving daar anders over denkt. Alleen dan bereik je bijzondere resultaten. Zei ze. En nu geeft ze een magic bean aan mij.

Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik niet zo van fantasieverhalen hou. Nooit gehouden ook. Net zo min als van barbies. Die rare dunne poppen met overdreven lange benen vond ik als kind al nep en lelijk en de ‘er-waseens- verhalen’ raar bij elkaar gefantaseerd. Inmiddels ben ik iets wijzer en zie ik de lol in van sprookjes en hoe je er je eigen uitleg aan kunt geven.

Zo maakte ik vorig jaar kennis met Durftevragen. Op de gelijknamige website schrijven de initiatiefnemers: ‘Als mensen vragen wat ze echt willen, dan is de kans dat ze dit ook daadwerkelijk krijgen aanzienlijk groter. Er zijn immers meer dan genoeg mensen die je graag een stap verder helpen in het realiseren van jouw droom.’ Daar wilde ik wel eens meer van weten. Dus ging ik met een concrete vraag op weg naar een Durftevragen-sessie in Rotterdam onder leiding van Katja Linders. Met Patty Golsteijn en Michèle Sparreboom als twee geoefende
‘durvers’ schreef Katja per gestelde vraag tientallen post-its vol met tips, ideeën, suggesties en adviezen. Ik tipte enthousiast mee. Totdat de als vanzelfsprekend geachte opmerking van Michèle: ‘Zorg eerst voor je basis, dan voor je netwerk en ga vervolgens aan de slag met je droom’, mij flink wakker schudde.

Het kwartje was gevallen. Het was tijd voor actie. En stap voor stap werkte ik in 2016 aan mijn echte droom: een eigen huis, een nieuwe basis. Soms twee stappen vooruit en drie achteruit. En af en toe schakelde ik hulp in. Van mensen met verstand van zaken en van mensen met lieve, geduldige oren en goede adviezen. En nu is het zover en ben ik de trotse bezitter van een eigen huis! Een eigen plek om te wonen, te werken, te ontspannen en te genieten.

Om terug te komen bij de magic bean. Bovenstaand verhaal kende N niet. Wel het verhaal van de moeizame huisonderhandelingen en hoe ik al mijn overtuigingskracht inzette om mijn droom te bereiken. En dat is toch behoorlijk magisch ;-). Op naar de volgende droom. En ondertussen niet vergeten wat ik het liefste doe en waar ik bovendien goed in ben. Al zeg ik het zelf. :-)

Luistertip: Alles kan een mens gelukkig maken van Het Goede Doel.

www.dekeukenvanvlaardingen.nl

Schrijfwerk Marleen Bos

 

 

 

1 maart 2017

Ontmoetingen

‘Een ruzie is een gesprek tussen twee mensen die met elkaar praten maar naar zichzelf luisteren.’
Geen speld tussen te krijgen, maar uit de mond van Leo IJdo, klinkt het zelfs verheffend. Het is dinsdag 14 februari, half elf en schrijver en stadsomroeper Peter de Jong en ik leggen de laatste hand aan zijn mobiele praaiplaats, als onze nachtburgemeester komt aanlopen.

Natuurlijk ken ik Leo van gezicht én als oudere broer van Piet, die ik begin jaren tachtig in het weekend weleens tegen het lijf liep. Vandaag schud ik Leo voor het eerst de hand en luister naar de sappige anekdotes die uit zijn mond rollen. Hij vertelt met zichtbaar plezier over zijn werk als conciërge op een school in Ridderkerk. ‘Ik voel me helemaal thuis tussen die jonge gasten. Alleen het táálgebruik van de jongeren, echt verschrikkelijk soms. Kanker hier, kanker daar, ze hebben vaak geen idee wat ze precies zeggen – als ik het K-woord hoor spreek ik ze er direct op aan. Altijd al gedaan trouwens. Járen geleden, ik werkte nog in de horeca hier in Vlaardingen, had een van onze vaste klanten er ook een handje van.

Een knappe vent, maar zodra hij zijn mond opendeed was er weinig moois meer aan. Dus ik zeg tegen hem: Luister kerel, straks komt er een leuke vrouw binnenlopen. We kijken allemaal, we houden allemaal van mooie vrouwen. Maar wat gebeurt er, ze komt naar jóu. Ze ziet jou wel zitten en loopt naar de bar voor een praatje. Verdomd als het niet waar is. Maar geloof me, zodra jíj je mond opentrekt is ze direct pleite.’

’s Avonds, bij een van de schrijfopdrachten tijdens de schrijfcursus, schrijven twee van mijn cursisten over Valentijnsdag. Een mooi verhaal over vriendschap en een lief verhaal over een zoontje van bijna acht dat liefde stom vindt. Het is mijn vijfde cursus en elke keer ben ik weer onder de indruk van het schrijftalent aan tafel en de open sfeer van luisteren, elkaar motiveren en op weg helpen.

Onderweg naar huis loopt een man met een gitaar op zijn rug me tegemoet. Pas bij het passeren herkennen we elkaar. ‘Ciao bellezza!’ Het is Leonne, de charmante deeltijdgastheer in ristorante Farinella en chansonnier bij gelegenheid. Hij vertelt over de drukke avond en zijn succes met een paar eigen geschreven liedjes. ‘Brel is dood, maar Leonne leeft,’ kreeg hij als compliment. En midden op straat draagt Leonne de tekst van Aime-moi Marlise als gedicht aan mij voor.

Nicola Farinella was twee jaar geleden de eerste hoofdgast in De keuken van Vlaardingen. Ik portretteer er stadsbewoners met een inspirerend verhaal. Omdat het mooi en goed is te weten met wie we samenleven in de stad. Te luisteren zonder vooroordeel en te horen hoe iemand de persoon geworden is die hij nu is. Peter de Jong is woensdag 22 maart a.s. de elfde hoofdgast.


Schrijfwerk Marleen Bos
Luistertip: Terug bij Af van Jeroen van Merwijk

 

Vlaardingen, je bent er zo

Mike Boddé zou optreden in Donner. Een optreden om zijn boek Lekkere stukken te promoten en in lijn der verwachting ook zelf iets te spelen, misschien zelfs iets van de allermooiste muziek die hij kent. Nu is er wel vaker iets in Rotterdam waar ik bij wil zijn. Maar dit was anders. Ik had Mike Boddé nooit ontmoet, ook nooit live gehoord, maar ik las zijn boek Pil en was lang daarvoor al fan van de Mike & Thomas Show, een even absurdistische als geniale muziekspelshow die hij maakte en presenteerde met Thomas van Luyn. Door Mike Boddé heb ik een piano in huis zonder zelf een noot te kunnen spelen.

Een andere reden was boekhandel Donner. Als ik alle uren die ik heb rondgestruind in dat enorme hoekpand op de Lijnbaan lezend zou hebben doorgebracht, had ik nu geen ongelezen boeken meer in mijn boekenkast. Maar in de nieuwe Donner aan de Coolsingel was ik nog niet geweest. Ik ken het prachtige verhaal van de vijf personeelsleden die na het faillissement van Polare de zelfstandige Rotterdamse boekhandel hebben terug gegeven aan de stad met de crowdfundingsactie  Donnermoetblijven, maar ik was er nog niet geweest. Nu had ik een heel goede reden om te gaan.

En ik had geen spijt. Zoals Boddé schrijft, voorleest en spreekt – van ontroerend tot hilarisch, is er maar één. En zoals Boddé een medley improviseert in woord, muziek en ritme, is ronduit geniaal. En daarbij is het volgens mij gewoon een aardige kerel. Mét gesigneerd boek liep ik vervolgens door Donner. In het voor mij nieuwe pand. En ze lagen er nog steeds. De aantrekkelijke boeken die je direct wilt oppakken om in te bladeren en om woorden en beelden uit op te snuiven. Het wandvullende Moleskine-schap, de Plint-planken vol poëzie en natuurlijk de gadgets die, hoewel wat veel in aantal, het qua originaliteit waard zijn om te weten dat ze er zijn. Ook het personeel was vertrouwd.  

Via de Binnenweg fietsten we terug. Misschien was het de inzettende schemering, de mooie en originele etalages van mijn favoriete winkels en toch ook een paar nieuwe - deze zaterdagmiddag voelde als een minivakantie.  

De dag ervoor nog fietste ik in eigen stad over de Waalstraat naar de bieb en werd mijn oog getrokken door de brede grijns van een bekend gezicht. Ik was al voorbij toen ik het mij realiseerde: Hè, was dat Joris Lutz? De verrassing maakte dat ik terugfietste. De man kennen is een groot woord, maar sinds ik een optreden bijwoonde tijdens mijn eerste Witte de Withfestival in 2002, ben ik fan van zijn lach. Jaren later stak ik dochterlief er mee aan en bezochten we regelmatig zijn voorstellingen voor Theater Walhalla. ‘Wat doe jij nou in Vlaardingen,’ hoorde ik mijzelf niet bijster origineel zeggen. Iets over een vriendin, wat ik verder niet helemaal goed heb onthouden, en over een opnamestudio boven de gitaarwinkel. ‘En ja, Vlaardingen. Op de fiets ben je er zo!’ Precies. En andersom dus ook.
        
       Schrijfwerk Marleen Bos.
       Luistertip: Ode aan Mike Boddé van Yentl & De Boer

 

ONOMKEERBAAR

Na mijn moeders overlijden, in 2004, ontwikkelde mijn vader zich tot een
belangstellende man die een ‘praatje pot’ niet schuwt. Pas toen hij afgelopen februari met een luchtweginfectie in het ziekenhuis lag en tegen mijn broer zei ‘dat het nu misschien toch tijd werd voor Vaartland’, drong tot mij door wat hij eigenlijk bedoelde als hij zei: ‘Afleiding is ook wat waard.’ Het kostte hem steeds meer moeite zijn eigen afleiding te organiseren. Vorig jaar had hij al gemeld dat hij zijn rijbewijs dit jaar niet meer zou verlengen. Helder en duidelijk kan mijn vader ook zijn. Natuurlijk begreep hij dat het ten koste zou gaan van zijn mobiliteit, hij ging inleveren op sociale contacten en dat besefte hij. Vaartland dus. Zich inschrijven vond mijn vader nooit nodig. Wel was hij er al jaren lid en at hij er al regelmatig op zondagen. Mijn broer en ik informeerden naar de mogelijkheden en bekeken verschillende kamers, waaronder een net vrijgekomen verblijf op de begane grond. Zó klein! Toch was het vooral de onomkeerbaarheid der dingen die mij verdrietig maakte.

Mijn vader zag het zonniger in en toen één van de dames achter de koffiebalie zei: ‘Ik zou het heel gezellig vinden als u hier komt wonen mijnheer Bos!’ en mijn vader zijn stralendste lach lachte, gaf ik mij over.

De verhuizing was snel geregeld. We kochten een nieuw éénpersoonsbed maar verder nam mijn vader ‘natuurlijk’ gewoon alles mee dat paste, waaronder de eettafel – het epicentrum van de woonkamer. ‘Ik denk dat ik het hier wel kan wennen’, zei hij berustend toen we hem in zijn nieuwe kamer achterlieten. Een week later verliep zijn rijbewijs en mocht ik zijn auto ophalen. Een pittige Toyota Starlet uit 1989.

Het leeghalen van de driekamerflat had meer impact dan ik had kunnen bedenken. Na mijn moeders overlijden bleef alles in huis zoals het was. Nu ging elk fotolijstje, elk theelepeltje en elk bewaardoosje met weer nieuwe vondsten door onze handen. En behalve dat ik nu in het gelukkige bezit ben van een Singer naaimachine – zo’n vernuftig ingebouwd exemplaar in een design jaren zestig meubel op hoge pootjes, gezelschapsspellen, een stoer ijzeren kistje
met basisgereedschap, zijn mijn kasten nu gevuld met tientallen Henzo fotoalbums en ruim veertig plakboeken. Mijn moeder documenteerde haar leven. Familiekiekjes, uitstapjes en vakantiemomenten, zorgvuldig bevestigd met zelfklevende fotohoekjes. Daarnaast was zij een fervent verzamelaar. Voor haar belangrijke gebeurtenissen, mooie teksten en foto’s uit kranten en tijdschriften, tekeningen, rapporten, souvenirs, alles van emotionele waarde plakte ze in. Mijn moeder liet een heel archief aan foto- en plakboeken na. Dat wist ik al, maar nooit eerder maakte ik er tijd voor. Elke week pak ik nu een album en blader ik door mijn eigen familiegeschiedenis. En als mijn geheugen mij in de steek laat fiets ik even naar Vaartland.

Facebook: Schrijfwerk Marleen Bos
Luistertip: Familieband van Marjolein Meijers

FIETS

Stipt half twee parkeer ik mijn fiets voor KADE40 op weg naar de workshop Succesvol ondernemen voor kunst- en cultuurdocenten. Naast mij stapt een man van zijn mountainbike. Het is een blauwgroene Giant.

‘Dát is een ouwetje’, zeg ik tegen de eigenaar, ‘jaren geleden had ik er ook zo één.’ Dan zie ik het roze frametasje. Het is de fiets van J! Drie weken daarvoor gestolen voor café De Waal. Ruim twintig jaar geleden kochten we beiden onze eerste mountainbike. We fietsten er mee door Nederland, België, Frankrijk en Nieuw Zeeland. Duizenden kilometers plezier, zweet en afzien. Míjn Giant is jaren geleden gestolen – even snel een winkel in en vijf minuten later: foetsie, weg fiets. Ik voel nu nóg de radeloosheid én boosheid.

‘Och, hij rijdt zo lekker mevrouw,’ zegt de man terwijl hij de fiets in de stalling zet, ‘wilt u ‘m niet kopen? Twintig euro.’ De man heeft een vriendelijk gezicht en een       tandeloze lach. ‘Ik heb al een fiets’, reageer ik, ‘maar ik ken iemand die waarschijnlijk wel interesse heeft.’ Ik kijk de man nog eens goed aan. Misschien is hij de fietsendief. Misschien niet. Maar ik heb met hem te doen.

Vier dagen daarvoor had ik een ongelukje met mijn huidige fiets, een degelijke Koga stadsfiets. Hij was omgevallen en kennelijk zo ongelukkig dat het achterwiel aanliep wat verder fietsen onmogelijk maakte. Het was vrijdag 5 februari en in plaats van een relaxte voorbereiding op een nieuwe Keuken van Vlaardingen, sjouwde ik nu met een haperende fiets over de Hoogstraat. En dat trok bekijks. Ik trof Zhanhong Liao, die net haar atelier uitkwam. Peter Leeman, de eigenaar van de tabakswinkel op nummer 150 vroeg gekscherend of de fiets wel mijn eigendom was. En Kadir Gülseren, beheerder bij Vele Vlaardingers Een Huis, kwam aangefietst en bood direct zijn hulp en koffie aan. Geen van allen had enig idee wat er precies mankeerde. En hoewel mijn tocht lichter werd door alle aandacht en goedbedoelde adviezen, stond het huilen mij nader dan het lachen. Nog zoveel te doen vandaag en zonder vervoermiddel extra tijdrovend. Om over de mogelijke kosten nog maar te zwijgen.

Zo arriveerde ik in de Fransenstraat. De fietsenmaker keek. Hij had mijn fiets al eens eerder onder handen gehad, na een aanrijding – toen kon ik de kosten verhalen op de automobilist. ‘Wat een prima karretje is dit toch.’ De fietsenmaker keek nog eens. En draaide toen het stuur 360 graden, tilde het achterwiel op en zette zijn voet op de trapper. Tot mijn verbijstering draaide het achterwiel nu als een tierelier. Door de val was mijn stuur geheel om zijn as gedraaid en had daarmee de remkabels strak om de voorvork gewikkeld. Simpel terugdraaien bleek de oplossing. Een nieuwe bel krijg ik cadeau. ‘Voor de schrik’, lacht mijn fietsenmaker.
Vlaardingen. Het is net een dorp. En dat is mooi voor zowel fietsendieven als brokkenpiloten.

Kuuks

Als het maar geen sentimenteel stukje wordt bedenk ik me op de fiets terug. Het gaat namelijk over geloven in jezelf. Over een kersverse opdrachtgever die, nog voordat ik een letter heb aangeleverd, teleurgesteld is in het niet tijdig nakomen van onze afspraak en tegelijkertijd aangeeft dat ze mijn kwaliteiten als tekstschrijver graag wil gebruiken. Met de wind in mijn
rug voel ik dat deze eerlijke confrontatie van zojuist een zetje is.

Tijdens De Dag van de Dialoog ben ik gespreksleider aan een tafel met twaalf stadsbewoners. Het landelijke initiatief waar mensen elkaar ontmoeten, samen eten en aan de hand van een thema met elkaar van gedachten wisselen, wordt hier in de stad georganiseerd door Vele Vlaardingers Eén Huis. Tijdens de kennismaking vertelt een van de aanwezigen dat zij gelukkig was in het Marokkaanse dorp waar ze opgroeide en dat zij nu gelukkig is in Vlaardingen. Het heeft voor haar te maken met openstaan voor je omgeving, nieuwsgierig zijn naar anderen en je bewust zijn van je eigen handelen. “Ik heb natuurlijk wel het geluk,” vervolgt ze, “dat ik dat in mij heb, dat ik ben zoals ik ben.” Ik krijg kippenvel.
Het is mooi als iemand anders vertelt hoe je het zelf ook ervaart. We praten verder over ‘hoe je kunt zorgen voor je eigen geluk’ en hoe bepalend de waarden en normen zijn die je meekrijgt. Dezelfde vrouw vertelt: “Ik kom uit een gezin met twaalf kinderen, toch had ik het gevoel dat ik het lievelingetje was van mijn moeder. Door de jaren heen hoorde ik van mijn broers en zussen dat zij zich, stuk voor stuk, ook het lievelingetje voelden.”

Ik zit aan een tafel met mensen die ik niet ken en ervaar opnieuw hoe waardevol het delen van verhalen is. Even uit je eigen omgeving stappen en luisteren naar en kijken door de ogen van een ander. Wij mensen verschillen niet zo veel van elkaar. Op tijd pas op de plaats, zorgen voor jezelf en voor je naasten.

“Mam, weet je wat kuuks betekent?” Nina leest ‘O rode papaver, boem pats knal!’ van Sjoerd Kuyper. De verhalen uit ‘De grote Robin’ kennen we beiden uit ons hoofd. Dit laatste boek over Robin ken ik nog niet. Terwijl Nina voorleest realiseer ik mij dat een deel van mijn geluk voortkomt uit het herkennen van mooie woorden, de zeggingskracht van zinnen, het totale verhaal die het gewone en eenvoudige vangen. Zoiets.

Dat ik een geluksvogel ben, weet ik al langer dan vandaag. Met mensen om mij heen die mij een zetje gunnen. En dan toch is het er weer ineens. Verdriet. Twijfel. Terwijl het luisterend oor aan de andere kant van de lijn lieve en verstandige dingen zegt, zit mijn neus binnen één seconde vol snot. En daar moet ik ineens vreselijk om lachen.
Kuuks.

 

Kiezen

Het is 1 augustus, hartje zomer en er is circus in de stad. Dankzij mijn inzet voor Omroep Vlaardingen verdien ik twee vrijkaarten. Het hooggeëerd publiek is kennelijk vooral búiten de stad, veel stoelen zijn leeg, maar Nina (bijna 7) zit op het puntje van haar stoel en kijkt gebiologeerd naar de acrobatiekacts van José en Anke, de paarden- en hondennummers en de jongleerkunsten van Gabor.

 

 

De Nederlandse Anke heeft een dubbelrol en verkoopt suikerspinnen in de pauze. ‘Drie euro?’ Ik ben niet bekend met kermis- en circusprijzen, maar drie euro voor een suikerspin lijkt mij aan de hoge kant. Ongevraagd biedt Anke een euro korting voor een iets kleiner exemplaar. Tijdens het draaien van de in het rondvliegende suikerwatten, vertelt ze over het circusleven. Over het reizen van stad naar stad, leven in een caravan en elk seizoen nieuwe collega’s. Na de voorstelling nodigt de circusdirecteur de aanwezige kinderen uit voor een ritje in de piste op een van de paarden. Opnieuw drie euro. Ik zeg Nina dat ik het te duur vind. Dochterlief begrijpt het, zegt ze. Op weg naar huis kopen we een ijsje – twee ijsjes voor twee euro en vijftig cent.

Kiezen is ook het thema voor mijn tweede schrijfcafé, een reeks schrijfbijeenkomsten aan mijn eigen of iemands anders schrijftafel waar ik deze zomer op aanmoediging van mijn cursisten mee ben gestart. Kiezen als onderwerp, kiezen als vorm. Tijdens de voorbereiding denk ik aan mijn eigen keuzes van het afgelopen jaar. Sindsdien stem ik regelmatig met mezelf af of ik nog steeds aan het doen ben wat ik écht wil. Of dat ik al doende wat ben afgedwaald. Dat gebeurt me soms. Als ik te veel op anderen let, in plaats van op mezelf. Of als ik iets nieuws wil doen en de angst voor het onbekende me ineens toch weer blokkeert.

Ik prijs mijzelf gelukkig dat ik nooit meer lang geïrriteerd ben als ik het even niet goed weet. En dat ik steeds eerder een lastige of enge keuze toch maak. ‘Het zijn de obstakels die zorgen voor persoonlijke groei’, schreef een goede vriend mij een tijdje terug. Hij heeft natuurlijk gelijk. Stappen zetten levert altijd iets op: pijnlijke momenten én nieuwe ontmoetingen, moeilijke keuzes én nieuwe activiteiten. Om maar wat te noemen.

‘Lepeltje lepeltje. Het is uit. Alleen slapen is de trend’, lees ik in de krant die de zomer viert en routines doorbreekt. In die zin ben ik nu in de zomerfase van mijn leven. Marleen Bos

Previous page: Columns  Volgende pagina: Jan den Boer