Olaf Blauw
Vlaardingen 1 juni 2010Blaauw is een toestand
De es boven je hoofd heeft de zomerzon ontdekt en zijn blaadjes tot het uiterste opgerekt om al dat licht tussen de zomerse buien door te kunnen vangen. Wel zo prettig, want hoe plezierig het ook is om in het volle licht op het terras te vertoeven, een beetje lommerrijk kan nooit geen kwaad, natuurlijk. Zo houd je het wat langer vol en komt dat pilsje, frisje of rosé’tje toch weer wat beter tot zijn recht.
Zelf mag ik op zo’n moment in de zwoele zomerwarmte maar wat graag een machtig trappistenbier genieten. ‘Nen Tripel, heet dat, in goed Bels; tripel, omdat je er volgens mij niet mee weg komt er meer dan maximaal drie van tot je te nemen. Ik heb volwassen mannen van hun kruk zien vallen na het onderschatten van de kracht van dit monnikenwerk, dus, voorzichtigheid is geboden.
Als je dan echter eenmaal achter een mooi glas gezeten, in goed gezelschap, de wereld aan je voorbij mag zien trekken, is het wel de vraag hoe je het beter naar je zin zou kunnen hebben. Vlaardingen is op de keper beschouwd zo rot nog niet. Zoals de onlangs verscheiden Vlaardingse dichter Kees Alderliesten ooit opmerkte na zijn omzwervingen over de wereld: “Alles wat ze daar hebben, hebben ze hier ook” en uiteraard is het omgekeerde even waar.
Toch denk ik dat dat voor mijn favoriete trappistenbiertje niet per se geldt; we hebben het hier wel, maar moesten het wel even laten halen. Hoe dan ook, het eindresultaat mag er zijn, wat een heerlijke zomer!
