News

jul 1, 2017
Categorie: General
Ingezonden door: cor

Cafe de Waal nu ook op Facebook!

 

jun 1, 2017
Categorie: General
Ingezonden door: admin

cafe_deWaal - ##- ##
 

Olaf Blauw

 

Vlaardingen 1 juni 2017

Lang, heel lang geleden, in de tijd dat de bomen nog konden spreken, de bloemen nog konden zingen en de kinderen nog buiten speelden, was er eens een jongen die voor het eerst Muziek hoorde. Geen geluidsbehang dat in meerdere of mindere mate de tijd en ruimte bekleedt, maar Muziek met een hoofdletter M. Voor “moment M” waren er slechts liedjes geweest, maar nu was er opeens een tot dan toe afgesloten deur geopend. Niet een deur met toegang tot een onontdekte kamer in zijn ziel, maar tot een hele nieuwe wereld die hij mocht gaan verkennen.

Deze wereld was speciaal voor hem; er was waarschijnlijk nog nooit iemand geweest, want niemand kon zich toch ooit eerder zo gevoeld hebben? De magie van “de eerste keer” werkt altijd, je kunt je de tijd “voor” eigenlijk nooit meer realistisch herinneren, want hoe herinner je je onwetendheid?

Wie bij deze jongen de deur openzette naar die weidseren blik vol ontdekking, onafhankelijkheid, volwassenheid, sensualiteit en melancholie is eigenlijk niet eens van belang, het gaat er om dat het gebeurde. Voor de één is het Strawinsky, Miles of Opeth, voor de ander Broederliefde, Radiohead of Frans Bouwer. Kwaliteit heeft onnoembaar veel gezichten en bestaat slechts bij de gratie van degene die schoonheid ervaart. Toen de jongen na enige jaren begon met het zelf maken van Muziek, viel hem op dat het scheppen van schoonheid eigenlijk onmogelijk is. Je kunt haar inderdaad slechts ervaren als zij zich aandient, uit diezelfde wereld afkomstig, waar ooit die deur naar openging. Dat verbindt de maker met degene die zijn vruchten plukt.

Ergens speelt een jongen of meisje een MP3’tje af ergens hoor je een zachte klik en wordt een nieuwe deur geopend, ergens komt de schoonheid binnen om nooit meer vergeten te worden, ergens begint het echte leven.

 

Vlaardingen 1 maart 2017

Leven is naast bewust “zijn” ook afscheid leren nemen van alles wat je liefhebt, tot uiteindelijk jezelf aan toe. Je kunt alleen maar houden van iemand, of iets, als je weet dat de tijd hiertoe beperkt is: “ik houd voor eeuwig van je” kan feitelijk helemaal niet en eigenlijk weten we dat ook wel.

Je kunt vervolgens de ultieme boeddhist willen uithangen en je bij leven al onthechten van alles en iedereen om jezelf onafwendbaar leed te besparen, maar dat maakt je ervaring van bestaan er ook weer niet beter op, misschien alleen maar meer gelaten. Pijn leert je geluk te waarderen, meer dan geluk zelf.

Ik denk ook dat, als in het licht der eeuwigheid beschouwd niets nog relevantie heeft, omgekeerd moet gelden dat in het licht van het moment alles ertoe doet. In elk moment bevindt zich alles wat er is en jij bent daar een onderdeel van.
Ik bedoel maar; ja, het wordt ieder jaar wéér lente, maar ook deze lente is wéér uniek! De lente van 2017 kent geen gelijke en dat zal je merken. Dit jaar kent weliswaar dezelfde levensveranderende ervaringen als alle andere lentes, maar deze keer zijn weer anderen aan de beurt voor geluk en verlies. Zelfde stuk, andere acteurs.

Ik hef dan ook graag het glas op leven in het moment, l’chaim, ik hef het op iedere dag alsof het de laatste mag zijn. Ik hef ook het glas om me direct daarna te realiseren dat, ondanks al de hieruit voortvloeiende gelukzalige kortzichtigheid, je nog steeds rekening moet houden met morgen en alles waar je jezelf en anderen voor wenst te behoeden of juist in terecht zou willen zien komen. Zorg er dus voor daar vandaag al aan te beginnen.

Be careful what you wish for, sprak een
wijs man echter ooit, you may get it…

Ik wens jou dus een geweldige lente, met steeds langer wordende avonden en de explosie van leven die je bij het ontdooien van de natuur uiteindelijk de zomer binnen sleurt. Ik wens je fantastische gesprekken, geweldige stiltes en het vermogen je onbegrensd te hechten aan alles wat je lief is. De winter komt later wel.

 

Vlaardingen 1 december 2016

Het is koud in de wereld en niet alleen omdat we in ons halfrond nu hier en daar even winter hebben. Iedereen is maar boos, op van alles en iedereen. Ik mis een beetje liefde. Juist rond de feestdagen denk je dat mensen wat meer naar elkaar toe bewegen, maar de praktijk laat eerder het omgekeerde zien, zonder dat ik hier iemand de zwarte piet wens toe te spelen.

Vaak hoor ik mensen verzuchten dat “je toch niks kan doen als individu” en “dat je het in je eigen kleine kringetje maar voor elkaar moet boksen” door het daar goed te doen.

Ik denk dat juist door je tot “je eigen kleine kringetje” te beperken, je de afstand tussen jou en anderen die daar niet toe behoren alleen maar groter maakt. We moeten elkaar beter leren vinden in de verschillen. “Anders” is interessant en het onderzoeken waard. Ooit gehoord van complementariteit? Eén plus één is drie?

De Westerse wetenschap boekte haar onwaarschijnlijke vooruitgang van de afgelopen tweehonderd jaar niet

door tevreden achterover te leunen onder gelijkgestemden, maar door iedere keer opnieuw, bij elke nieuwe ogenschijnlijk stabiele versie van ons wereldbeeld zichzelf de vraag te stellen “Zit dat nou wel echt zo? Wat, als ik nou…”.

Zo mogen we ook onze vooroordelen, over en weer, beter door oordelen vervangen. Waarom zijn “al mijn vrienden” van hetzelfde, in mijn ogen weldenkende soort? Waarom denken de in mijn ogen niet weldenkenden daar zelf heel anders over? Waar vinden we elkaar? Geen van tweeën kunnen we immers gelijk hebben en daarmee ik dus ook niet.

De mensen die mij kennen, weten hoeveel moeite die laatste zin mij gekost heeft om aan papier toe te vertrouwen.

Maar daar zit ‘t ‘m dus wel in. Onderzoek de wereld, reis, proef, heb lief, praat, maar vooral, luister. Niet naar meningen, maar naar beweegredenen. De ander is als jij, en jij bent als de ander. We hebben nogal wat om voor te vechten, maar laten we dat dan vooral niet doen.

Een geweldig 2017 voor jullie allemaal, denkend, weldenkend en niet denkend!

 

Vlaardingen 1 september 2016

Er zijn maar weinig dingen waar je mij voor wakker mag maken. Heerlijk weer verder slapen, Scarlett Johansson en bitterballen liggen voor de hand, maar er zijn toch nog wel een paar opvallender zaken. Zo ben ik al sinds mijn vroege jeugd fervent liefhebber van ontbijten, een verloren gegane kunst in de meeste huishoudens. Nu word ik niet iedere morgen gewekt door de geur van verse croissants in een opknapboerderijtje ergens onder Beaune, maar het feit dat ik een noest werkende warme bakker onder mijn appartement heb zitten, scheelt behoorlijk. Zijn croissants mogen er zijn. Waar de meesten een soort bladerbrooddeeg in een maansikkeltje vouwen, verstaat mijn bakker de kunst om mij in gedachten richting het hier boven genoemde opknappertje te leiden. Doe er nog wat licht gezouten boter bij en een likje confiture en de klus is geklaard. Nu nog een DS voor de deur. Mag zelfs een lelijke eend zijn.

Het is natuurlijk wel eigenaardig dat je naar het Zuiden reizend meer en meer verwend wordt met eten en drinken. Iedereen kent wel dat gevoel, dat je terugkomt van een paar weken Spanje, Italië of Griekenland en dan na ondergedompeld te zijn geweest in Smaak, met een hoofdletter S, uit gewoonte weer een Nederlandse supermarkt binnen stapt. Waar de winkeltjes “daar” je omarmen met lokale aardse geuren van hammen, worsten, kazen en wat niet allemaal, ruik je “hier” ook van alles, maar aan eten doet het mij in ieder geval nooit denken. Wanneer was het voor het laatst dat ik langs een viswinkel liep en moeite moest doen om te kiezen tussen bulots, coques, palourdes, pétoncles, praires of pouce-pieds? Hier is het voorverpakte rommel of drie soorten vis.

*Met alle respect, we snappen er dus eigenlijk niks van. Eten en drinken zijn het belangrijkste dat wij (naast ademhalen, vrijen en van een welverdiend glas Orval genieten) doen in ons leven. Zouden we dat dan ook “hier” niet een stuk meer liefde mogen geven?
Nu weet ik ook wel dat Vlaardingen een arbeidersstad is waar men met verfijning weinig op heeft, maar er is meer in het leven dan een pan macaroni of stamppot of een hopeloos eetadvies uit de Allerhande met basilicum en tomaat in de hoofdrol. Sta op voor de Smaak, daar kun je mij in ieder geval ook midden in de nacht nog voor wakker maken!

*Hier wordt in de regel “zonder enig respect” mee bedoeld.

 

Vlaardingen 1 juni 2016

Vroeger bepaalde de inhoud van je boekenkast of platenverzameling je status als al dan niet kunstminnend of überhaupt cultureel verantwoord Mensch. Tegenwoordig is natuurlijk alles streaming en zou hoogstens je Spotify playlist nog iets kunnen zeggen over je eventuele fijnbesnaardheid. Dat is welbeschouwd een beetje de omgekeerde wereld, vroeger kocht je voor veel geld wellicht een paar platen per jaar, nu zijn er, voor bijna niets, een paar honderd per dag extra toegankelijk. Vroeger keek je maandenlang uit naar het volgende boek van jouw favoriete schrijver en nu….

Doe je dat nog steeds.

Wacht even…

Voor boeken gelden de oude regels dus nog immer; je mag nog steeds reikhalzend uitkijken naar de nieuwste Connie Palmen of Arnon Grunberg. Een boek lezen duurt namelijk nog steeds ongeveer even lang als vroeger, terwijl het muziekbehang dat uit je sonos’jes stroomt minder en minder van belang lijkt.

Je sluit je als tiener niet meer op in je kamer om de nieuwste plaat van je idool letterlijk grijs te draaien. In diezelfde tijd dat je vroeger een plaatkant luisterde zijn er nu minstens twintig niemendalletjes langs gestreamd van al dan niet forsbebilde zangeresjes, die met hun antifeministische suftekstjes meisjes tot gewillig jongensspeelgoed proberen te denigreren.

Het overleven van vinyl is misschien dan ook wel meer dan een grappige bijkomstigheid van de audiofiele subcultuur. Het kost zo veel moeite om een plaat krasen tikvrij te houden, laat staan om hem op je “deck” te leggen en de zorgvuldig geslepen diamant in de groef te plaatsen, dat je je wel twee keer bedenkt voor je weer iets anders opzet. Ik heb de nieuwste Ariana Grande of Nicki Minaj dus ook nog niet veel naalden in hun groeven mogen zien ontvangen, Beyoncé doet het met Tidal en Selena Gomez, tja, wat moet ik daar nu nog over kwijt? Justin Bieber?

Gelukkig blijft zo’n Waalkrant drie heerlijke lange zomermaanden liggen, als ontvluchtigend vinyl. Een beetje de Hotel California, Stairway to Heaven of Bohemian Rapsody van de literatuur. Echter, om Willem Kloos te parafraseren, de literatuur is mooi, maar je moet er wel wat te drinken bij hebben. Dat kan hier, gelukkig.

 

Vlaardingen 1 maart 2016

Hij draagt een flanellen houthakkersblouse met daarbij een gillet en strikje, leasejeans en halfhoge bontgevoerde beveterde mannenlaarsjes. Zijn baard en overbemeten scheiding staan stijf van de reuzel en zijn handgebouwde urban Schindelhauer fiets zet hij als vanzelfsprekend binnen bij de koffietent waar hij z’n decaf skimmed soy latte chai door een barrista van 17 lentes met vuurrode lippenstift en parmantig knotje laat bereiden.

Hij is de Hipster.
In Vlaardingen hebben we geen decaf skimmed soy latte chai, anders denk ik dat we dit “sociologisch experiment”  hier ook wel zouden kennen; die Hipsters, met hun “unieke individuele verwerping van het alledaagse en het traditionele”. Het is echter met Hipsters al net als met Goths, of Kampers, of Rotaryleden, of VMBO hangjeugdallochtonen, je herkent ze al vanaf enige kilometers afstand door hun groepsuniform, in het geval van de Hipster aangeschaft in een vintage klerenwinkel, ergens in de krochten van een door kunstenaars en “creatieven” nieuw leven ingeblazen vooroorlogse pakhuizenwijk. Volgens mij eten ze ook allemaal humus, voor mij nog steeds het traag afbrekende deel van de organische stof in bosbodem, voor de Hipster blijkbaar iets dat je op je lactose- en glutenvrije speltpompoenpittentoastje smeert.

Gatverdamme.
Hier in de Waal komt heel Vlaardingen en je zou dus ook denken dat die Hipsters, als ze er al waren, hier als eerste gespot zouden worden. Zorgvuldige bestudering van het publiek, heeft mij echter geleerd dat de Hipsters in Vlaardingen in het geheim wensen te opereren. Sterk in de minderheid vrezen zij de hoon van de vaste barbemanning in hun stamkroeg en tonen aan elkaar, als ware het de code van een geheim genootschap, slechts kleine onderdelen van hun totale ervaring. Zo zit er soms een groepje aan een tafel waarvan één er een flanellen blouse op na houdt, de ander met gillet of strikje aan komt zetten, terwijl een derde zijn Schindelhauer zorgvuldig uit het zicht aan een boom om de hoek vast zet.

We moeten dus voorkomen dat er hier humus op de kaart komt, want dan houd je de verhipsterisering van de Waal niet meer tegen. Het is tijd voor uitsmijters en lang van te voren gezette filterkoffie. Okay, die mag dan Dry Aged Jamaica Blue Mountain Kopi Lupak zijn, maar dat is dan de enige concessie!

Vlaardingen 1 december 2015

In elke relatie neemt in de loop van de tijd de gemiddelde
omvang van het gedragen ondergoed toe. Zijn bij
aanvang nauwelijks verhullende, sensueel vormgegeven
niemendalletjes de passie onderstrepende norm, zo
vormen, na enige jaren, warmte en comfort een meer
pragmatisch thema

.
Je kunt je afvragen of de reden voor deze afkalving der zinnenprikkeling omkeerbaar is, of niet. Is het niet gewoon een feit dat je aan het spetterende begin alleen maar met de ander bezig bent en met verleiden en verleid worden?

Dat je je onzekerheid over de standvastigheid van de nieuwe liefde overschreeuwt met onderdompeling in vrees- en gewetenloze passie? Als we de zaken nuchter beschouwen, weten we dat we een maand of drie verliefd zijn en een jaar of zes daarna onbaatzuchtig van de ander houden. Of je het daarna volhoudt is echter niet alleen afhankelijk van de al dan niet beschikbare alternatieven. Er komt gedeeld verleden bij en in sommige ernstiger gevallen het jezelf en elkaar voor de gek houden; dat je na al die jaren nog steeds de zelfde personen bent als in het begin, alsof zaken als persoonlijke groei of ontwikkeling niet zouden bestaan. Je mag eerlijk zijn, dat scheelt zo veel ellende.

Onderzoek toont aan dat stellen gelukkiger worden, zodra hun kinderen het huis definitief uit zijn. Opeens hervinden ze elkaar en beleven een soort tweede relatiejeugd, het gaat weer over hen en wat hen eigenlijk buiten hun gedeelde sleur bij elkaar bracht en hield.

Ik heb met mijn vriendin geen kinderen, dus dat wordt lastig. Gelukkig heb ik ook geen sleur, er gebeurt genoeg en saai valt het op dit moment na toch al enige jaren echt nog niet te noemen. Het is elke dag ervoor kiezen bij elkaar te zijn, in plaats van elke dag te hopen dat de ander je niet verlaat, of erger nog, dat je er helemaal niet meer over nadenkt. Ik denk dat ik met de feestdagen mijn meisje maar eens ga verrassen met een leuk kanten setje, 70D, als ik mij niet vergis, al is dat natuurlijk al weer eventjes geleden.

 

Vlaardingen 1 september 2015

Ik kan geen pasta meer zien. Een paar weken op het Italiaanse platteland hebben me overvoerd met dat spul, meestal vergezeld door de onvermijdelijke frutjes gehakt in een piezeltje sap die men ragù placht te noemen. ‘Tuurlijk, schaaf maar door met die parmezaan, welke het pijnlijke gebrek aan eten tracht te verhullen.

Een totaal overschatte keuken, daar rond Bologna, met lambrusco als excuus voor wijn. Trouwens, ooit een glaasje prosecco moeten nuttigen dat niet smaakte naar nat karton? Is mij voorlopig nog niet gelukt.

Doe mij maar stevige stamppotten met noeste boerenkool en forse lellen spek en rookworst. Dampend op een Hollandse tafel, met de regen, voortgegeseld door een Noordwester storm, striemend tegen het raam.

Vrienden van mij gaan ook altijd naar Italië met z’n vieren. Twee ervan werken nota bene als kok in de Vlaardingse horeca. Ik zou maar op m’n hoede blijven, voor je het weet nemen ze die Zuidelijke eetgewoontes mee terug, met stoelgangbevorderende olijfolievettigheid erbij. “Explosione di pantalone”, dàt krijg je ervan, in goed Italiaans.

Een immer nuchtere Stadsdichter vertrouwde mij ooit toe dat je Vlaardingen niet uit hoeft om de wereld te zien. “Wat ze daar niet hebben, hebben ze hier ook niet”, waren diens gevleugelde woorden. Ik heb deze in mijn hart gesloten en overweeg dan ook ten zeerste om mijn Haringstad nooit meer te verlaten. Wat heeft Schiedam mij dan te bieden? Of Maassluis? Hoe hip is dat Rotterdam dan wel? Of België? Trappistenbier schenkt men ook hier!

Maar ook dat is niet meer wat het geweest is.

Mijn geliefde Orval heeft haar receptuur aangepast zodat de typische smaakontwikkeling op fles voortaan tot het verleden behoort. Daar kun je ook al niet meer van op aan, die zwijgende kloosterordes. Gaat er dan nog iets goed, in deze wereld? Ik denk het toch wel, zolang de Waal haar tagliatelle con ragù maar van het menu houdt! Ik zet ondertussen even de speklappen aan, lekker, met jus, en dingetjes.

 

Vlaardingen 1 juni 2015

Heel langzaam ging de zon uit boven het terras. Hij bleef nog even hangen boven het Weeshuis en toen gaf ‘ie er definitief de brui aan. Het was wel weer welletjes, de langste dag zat er op. De speelse strengen van lichtjes gingen aan als flauwe afspiegeling van hun grote voorbeeld om zo de doorvierende terrasbewoners bij te staan op hun weg naar de tijdelijke vergetelheid.

De rosé klotste in de glazen en het zacht gloeien van net ontstoken rokertjes compenseerde het stedelijk gebrek aan vuurvliegjes redelijk afdoende. Ik liet mij zalig onderdompelen in de warme gloed van de midzomeravond en probeerde een ieders tempo bij te houden. Dat viel niet mee, uiteraard, mede dankzij het grote aantal terrasdieren dat zich rond deze specifieke drinkplaats
verzameld had.

De prooien nipten aan hun droge witte, terwijl de hongerige roofdieren zich vanachter een versgetapte pint aan het wild vergaapten. Alleen de oude en zwakke dieren konden zich hier veilig wanen, in tegenstelling tot hoe de natuur zich normaal van haar selectietaken zou kwijten. Ik nam nog een slok en bezag het spelersveld. Hij had dan wel geld, maar geen verhaal, zij had dan wel een prachtfiguur, maar ook de daarbij behorende gemakzucht en arrogantie. De volgende was met name met zich zichzelf bezig, maar diens vleesgeworden verlangen alleen maar met een ander. De dans was in volle gang en de cirkels, waarin men zich bewoog, werden kleiner en kleiner.

Het zou niet lang meer duren of iemand zou zichzelf belachelijk maken met te veel bravoure of te weinig beheersing. Meestal eigenlijk een combinatie van die twee. De rechtsgeleerde gooide een glas om, de broer van “de broer van” gleed uit over de verspilde wijn en viel met zijn neus in de roomblanke boter van de gemakzuchtige arrogantie. Er klonk een saxofoon door de nacht, een onmogelijk blonde vrouw krulde haar arm ter begroeting in een onmogelijke hoek en alle kleuren begonnen te draaien. Ik verloor alle besef van tijd, ruimte en decorum.

Mijzelf op de tast richting bar begevend wist ik nog wel een bestelling te stamelen, die mij met een minzame glimlach ook nog wel werd gegund. Ik moest weg, maar ik wilde niet, hier was het, en het was nu. Langzaam zeeg nu ook de maan onder de daken, zwanger van verlangen.

Vlaardingen 1 maart 2015

In de lente lijkt alles nieuw, maar toch met name de haring. Ik kan al weer niet wachten om het zilte zilver door mijn traditioneel dorstige keel in de richting van mijn buikje te voelen glijden. Een goede haring heeft een vetpercentage van zo’n twintig procent en ik ben hard op weg dat op deze wijze óók te halen.

Ik weet dat de gemiddelde haringeter zweert bij een bijna bevroren oude jenever als vetoplosser, terwijl de gebruikelijke herkomst van deze “Noordzeevis” eerder aquavit zou suggereren.

Ik houd het zelf graag bij iets mousserend wits, of een oude geuze.

Voordat mensen zich gaan afvragen waarom ik zelfs een Bollinger vieilles vignes Françaises met haring zou combineren, moet je wel begrijpen dat, alleen maar omdat het oer-Hollands is, het daarmee nog niet per definitie vlak en boers is. De Hollandse nieuwe mag van mij zo tussen de kaviaar en de truffel en de kreeft. Mits goed gekaakt, gepekeld, gerijpt en met name goed schoongemaakt, verdient dit eenvoudige visje een plek op het erepodium van bijzondere eetgeneugten. De haring is bovendien geen snob. Vrijwel iedereen kan zich toegang verschaffen tot dit genieten en zij laat zich in letterlijk honderden verschillende wijn-, bier-, of gedestilleerd-spijs combinaties tot culinair genoegen verheffen.

Niet zonder trots, verkondig ik wereldwijd dan ook dat mijn wieg stond in Vlaardingen, Herring Capitol of the World. Het aantal meewarige blikken dat mij ten deel valt, als gevolg van deze statement, is inmiddels ontelbaar geworden. Het maakt mij echter niets uit. Hier in Vlaardingen weten we waar we het over hebben. Al is de hele vloot al honderd jaar via Katwijk naar Denemarken verhuisd en zal er geen buis meer in het gelijknamige gat belanden, vis ik rustig door naar complimentjes die onze stad verdient wegens haar geschenk aan de wereld.

En kom nu maar door dan, zonder uitjes, uiteraard.

Vlaardingen 1 juni 2014

De Waal zou eigenlijk wel een open haard mogen hebben.
Niet alleen om sommige van mijn medecolumnisten in staat te stellen de nieuwste releases van Kane en Bløf aan de gretige vlammen prijs te geven.


Ik houd er van om te mijmeren en dat doe je beste bij een vuurtje. Ik begrijp wel dat er een beetje een conflict of interest is, omdat de jaarlijkse uitbundige kerstversiering van de Waal, met overal dennengroen en takken, en open vuur zich slecht tot elkaar verhouden. Ook neemt zo’n haard vast een aantal zitplaatsen weg, wat weer omzetderving geeft.

Maar toch…
Misschien heeft het er wel mee te maken dat ik vroeger thuis altijd naar de grijsgedraaide kerst LP’s van mijn moeder luisterde, rond deze tijd van het jaar. Het zacht knapperen van een houtvuur zou de verder zo kille MP3 klanken uit de muziek-server voor mij nèt wat beter de herinneringen aan een redelijk gelukkige jeugd laten oproepen. Puur melancholiek eigenbelang, dus.

2014 mag voor mij sowieso uit de geschiedenisboeken worden geschrapt. Het is zo’n jaar waarin zoveel gebeurde dat het er achteraf wel drie lijken. Net iets te veel ingrijpende gebeurtenissen; liefst zou ik het allemaal in die haard gooien en als vonkjes door de schoorsteen de nachtelijke hemel in laten verdwijnen.

Oud en nieuw; in het reine komen met wat niet meer veranderd kan worden en, mocht je dat nodig vinden, die dingen in jezelf veranderen, waartoe je het vermogen hebt.

Zou ik dan toch voor het eerst tot goede voornemens komen? Misschien moest ik stenen en mortel maar eens ter hand nemen en mijn eigen haardje bouwen. Misschien mag ik die dan af en toe hier gewoon even neerzetten, dat is ook gezellig.

Vlaardingen 1 juni 2014

Voordat de Waalstraat de Waalstraat werd, liep hier een prachtig grachtje, de Waal geheten, dwars door de stad. Net als de Joksloot, die door de huidige Fransenstraat liep, had de Waal meer nut en functie dan alleen als riolering te dienen. Zij sloot aan op de Biersloot en diende dus ook als aansluiting van de binnenstad op de Vlaardingse vaart. Tot en met de tachtigjarige oorlog leverde de Waal ook via de Biersloot het water voor de stadsbierbrouwerijen. In ieder geval die van brouwers Hans die Cuyper en Jan Harmensz, beiden aan de Brouwersloot gevestigd.

Ik heb mij de afgelopen zomer behoorlijk positief verbaasd over de kwaliteit van het friswitte tarwebier van onze huidige stadsbrouwers, de mannen van Vulkaan. Ik heb daarbij de conclusie getrokken dat de kwaliteit van het beschikbare water er in de afgelopen eeuwen behoorlijk op vooruit moet zijn gegaan. Het nu gebruikte water is anders dan het vroegere water van de Biersloot. Je zou denken dat de Biersloot destijds brouw-water leverde, maar Biersloot betreft mogelijk een verbastering van het woord Beersloot, waarbij beer duidt op menselijk, ahum, „afval”. De beer werd langs deze sloot de stad uitgevoerd richting de Beerhaven, in grote tonnen. Er viel nog wel eens een tonnetje om, uit onhandigheid. Al met al geen beste basis voor een heldere dorstlesser.

Het water zelf was echter al helemaal niet te drinken, zie bovenstaande reden.


Juni 2014

De mens was er dus ook al snel achter, dat de beste wijze om zich tegen ziekten te beschermen was, om het vervuilde water toch eerst door de brouwerij te laten passeren, alvorens het op te drinken. Ik hang deze gedachte nog steeds met verve aan. Waarom zou je, de kwaliteit van Vulkaan’s witbier niettegenstaande, het risico immers nemen? Voorlopig heb ik inderdaad al tijden niets akeligs onder de leden gehad.

Ik gebruik het drinken van bier daarnaast ook om een pandaplaag op en rond mijn bamboevloer, krokodillen in mijn badkuip en hongerige troepen hyena’s in mijn slaapkamer te voorkomen. Dit alles met voortdurend groot succes. Ik heb in geen tijden meer een reuzenpanda in het Vlaardingse kunnen ontdekken. Dat kan echt geen toeval meer zijn.

 

Vlaardingen 1 juni 2014

Ik zou een pleidooi willen houden voor het vieren van de midzomernacht in Vlaardingen. Niet in de vorm van een quasi culturele nachtelijke rondwandeling met plaatselijke artiesten en dameskoortjes en zo. Nee, ik sta een viering voor, met als enige nacht in het jaar een terrasverordening van zonsondergang
tot –opgang, die een centrale vuurkorf op ieder terras verplicht stelt en ons een hele nacht wakker houdt met passende akoestische muziek, zomerse halfjaarmijmeringen
en de al dan niet bescheiden inname van een hapje en drankje of wat. Die laatsten mogen natuurlijk thematisch. Ik wil het woord zomerbock niet in de mond nemen.

Kan ook in het Hof, hoor, met kampvuren en gezelligheid; in ieder geval een herontdekking van oude rituelen van verbondenheid met de jaarlijkse zonnecyclus. Het zou de meesten verbazen hoe kort zo’n feestje maar duurt; op eenentwintig juni gaat de zon om drie over tien ‘s avonds pas onder, om rond negentien over vijf de volgende ochtend al weer boven de einder te prijken. Als je de langdurige zomerse schemering er af haalt, is het net drie uur donker. De gemiddelde Duveldrinkende panda bezoeker weet eigenlijk ieder weekend al niet anders. Natuurlijk moet tweeëntwintig juni dan wel tot nationale uitslaapdag verklaard worden, anders is dat in praktijk maar weer lastig te organiseren.

Kijk, met de winterzonnewende is dat allemaal al prima geregeld, ook al vieren wij deze traditioneel weliswaar pas op 25 december. Het zomerse equivalent is echter door het Paasfeest, een maanfeest, overigens, totaal in de verdrukking geraakt. Daar wens ik nu dus verandering in aan te brengen.
Ik wil voorstellen dat we de noodzakelijke aanpassingen van de gemeentelijke verordeningen niet afwachten (ambtenaren zijn niet altijd even slagvaardig, om over het college maar te zwijgen), maar in het holst van de midzomernacht ons eigen plan trekken. De lichtblauwe brigade is dan toch al van straat en
wellicht kunnen we ze zelfs overhalen om nou eens één keer gewoon gezellig mee te doen.
Ik kijk er nu al naar uit. Een spontaan volksfeest, ingegeven door de ijzeren wetmatigheid van de kanteling van onze aardas. De ironie ontgaat mij niet.

Vlaardingen 1 maart 2014

Vroeger was alles beter, Matt Damon is geen Gary Grant of Humphrey Bogart, Stromae is geen Jacques Brel en ik denk dat, zelfs al tel ik Jessica Alba en Scarlett Johansson bij elkaar op, ik nog niet op tien procent van het sexy level van Brigitte Bardot zou uitkomen. Als ik Bardot nu zou tegenkomen, op haar vergevorderde leeftijd, tijdens een Bont voor Dieren manifestatie of zo, zou ik nog steeds een poging wagen. Geloof me, zo werkt dat met echte schoonheid.

Muziek was vroeger ook al beter, als je de hedendaagse bewegingsbegleidingsherrie al als zodanig zou mogen duiden. Leuk hoor, Dance, maar dan wel tijdens feesten en zo. „Lieverd, zullen we vanavond een flesje opentrekken en samen met onze vrienden naar de nieuwste Afrojack gaan luisteren?” is een weinig gehoorde opmerking. Dat was vroeger met de nieuwste release van een relevante grensverleggende
band, bestaande uit muzikanten, wel anders….

Ja, de kaalslag zit er in, cultureel en in andere opzichten. Ik was zelf vroeger ook een stuk beter. Geen pens of wallen te bekennen. Als een jonge god beklom ik de meest uitdagende Noordwanden van de Alpen. Nachten doorhalen met drank en vrouwen was geen probleem, eerder een dagelijks thema. Tegenwoordig ben ik blij dat ik mag slapen.

Man, wat hadden we het goed; de koude oorlog, Vietnam, de rode Khmer, Heintje en De Mounties, dat waren nog eens tijden! We hadden autoloze zondagen wegens de oliecrisis en asbest in onze longen bij het werken! Noest waren we! In onze auto’s zonder gordels…

Ja, ik verlang nog vaak terug naar shandy of snor in mijn glas, op losse groeven op de zwart-wit TV en Turks fruit, spetters, een vrouw als Eva en al die andere ongelofelijk kunstzinnige Nederlandse cinema op het witte doek. De borsten van Renée Soutendijk, ik bedoel maar….

Ik zal me er echter bij neer moeten leggen dat niks voor altijd is, zelfs Renée wordt voor typisch Nederlandse filmrollen niet meer gevraagd, laat staan haar eeuwige rivale Monique van der Ven. Men begrijpt het niet meer. Een nieuwe lente, een nieuw geluid. Die geraniums zitten mij niet in de weg, zet dat volgeschonken borrelglaasje jonge klare maar voor mijn neus…

Zit U lekker, mijnheer Blaauw?

Vlaardingen 1 december 2013

Probeer voor de wintereditie van dit krantje maar eens iets te verzinnen dat niet refereert naar de gezelligheid rond sinterklaas, kerst of oud en nieuw en dus na 1 januari nog steeds het lezen waard is. Het lijkt wel of de hele winter in die ene decembermaand is weggepropt. Toegegeven, de gapende leegte van januari geeft geen aanleiding tot het maken van
overdreven vreugdesprongen en februari neigt ten Zuiden van de waterweg nog wel naar carnavaleske taferelen, maar wij zitten hier ten Noorden. Kou, bibberen, regen en erwtensoep zijn dan ook ons deel. Sommige columnisten raken hierdoor dusdanig geïntimideerd en van slag, dat zij hun heil in verre buitenlanden zoeken, waar zelfs de winterzon nog zomers voelt in vergelijking.

Anderen verdrinken hun verdriet in de zoveelste toepasselijk koud getapte Jupiler en hopen gewoon dat
het een keer over gaat. Dat laatste staat gelukkig wel vast, uiteraard. Het is een beetje het verschil tussen mensen die zich ergeren aan doornen op rozenstelen en mensen die zich verheugen in het feit dat de doornstruik zulke prachtige bloemen voortbrengt. Ik maak mijzelf graag wijs dat ik tot de tweede categorie behoor, terwijl iedereen die mij kent wel beter weet. Volgens mij ga ik dan ook gewoon een maand of twee wat chagrijnig lopen doen; dat trekt wel weer bij zodra het lente dreigt te worden.

Ik wens jullie voorlopig echter allemaal een fantastische feestmaand toe, zou je dit in december lezen en voldoende drank voor de maanden erna. Gelukkig hebben ze dat hier in de Waal. Oh ja, en erwtensoep,
natuurlijk. “Ben ik gèk op!”

 

Vlaardingen 1 september 2013

Mijn verkering, meneer Blaauw, is een graag geziene gast in de Vlaardingse horeca. Hij houdt van de café’s en de restaurants en zij houden wederzijds van hem. Dat komt grotendeels doordat hij het leuk vindt om eten en drinken te bespreken en te nuttigen. Het praten
voedt de passie van de eigenaar van het etablissement en het nuttigen zijn of haar portemonnaie.

Zoals gezegd, meneer Blaauw zijn naam is bekend. Aangezien ik hem regelmatig vergezel op zijn strooptocht door de stad, is het mijn lot om bekend te staan als ‘de verkering van’. Als ik telefonisch een reservering maak in een eetcafé of restaurant, waar ze mij kennen van gezicht, maar niet van naam, heb ik mezelf wel eens betrapt op de uitspraak: “U weet wel, de vriendin van meneer Blaauw”. Dit laat de meeste bellen wel rinkelen en de reservering staat, ook al was het misschien net iets te druk voor een extra tafeltje voor twee. Als ik ergens heen ga zonder meneer Blaauw aan mijn zijde, dan vragen mensen mij bijna direct: “Is meneer Blaauw er niet? Waar is hij dan? Komt hij nog?”. Dat stoort mij enigzins, want ik bestempel mijzelf zeker niet als de vrouw achter de man. Het overnemen van deze column beschouw ik als dappere poging om meer op de voorgrond te treden en als ik zo vrij mag zijn; dat lukt aardig. Ik heb een leuk huis, een interessante baan, vrienden en –dinnen. Kortom, ik heb meer dan genoeg eigenheid! En ik zal mijn unieke en onherhaalbare zelf meer laten gelden, hier en elders. Ik heb immers ook een eigen mening! Toch? Lieverd?

 

Vlaardingen 1 juni 2013

Klimaatsverandering of geen klimaatsverandering, voor lange hete zomers moet je niet in Nederland zijn. Een verdwaalde zonnige periode daargelaten, is er hieromtrent maar weinig reden tot het maken van overdreven vreugdesprongen in ons landje. We vergeten voor het gemak nog wel eens dat we op de zelfde breedtegraad liggen als Nova Scotia; daar stel je je toch ook alleen maar ijsberen en op drijfijs uitrustende zeehondenbaby’s voor. Kijk, in mijn jeugd was dat heel anders, toen was het echt ieder jaar zes weken lang warm, zonnig en fijn en speelde ik de hele dag buiten. Dat is nu niet meer zo, tenzij ik het over veertig jaar aan mijn nu zevenjarige zoontje zou vragen.

Om het lijden te verlichten zijn er, gelukkig voor ons volwassenen, terrasverwarming en barbecues uitgevonden. Terrasverwarming komt vaker dan we zouden willen van pas om een lange zomeravond buiten nog iets verder op te rekken. Barbecues, mits vakkundig aangestoken, zorgen ook verspreid over de stad voor een weldadige warmte en bijbehorende gezelligheid als de laatste speklapjes er al
weer lang op verbrand zijn.

De truc met barbecuen is dat je het te bereiden stukje vlees, vis of groente er min of meer droog op legt, dus niet gecoat in een dikke marinade met soja, knoflook, paprikapoeder en olie. Dat vergeten echter de meesten, met grote walmende wolken en diepzwart verkoolde etensresten ten gevolge.

Desondanks best heel gezellig.
Wat mij echter wel opvalt, is dat de verschillen tussen de geslachten tijdens de barbecue zo worden uitvergroot. De heren kunnen, na het aanmaken van het vuur, eigenlijk prima toe met een paar kilo vlees en een krat bier de man, terwijl er door het vrouwvolk allerlei brood, salades en sausjes heen en weer worden gesleept. Deze laatsten zijn dan liefst in een “light” of dieet variant, die dan vervolgens nauwelijks worden gegeten. Gezien de smaak van het gebodene, mag dat geen verassing heten. Als ik een saté-saus
construeer, is een belangrijk kwaliteitskenmerk dat deze door het adequaat hoge oliegehalte de wanden van de pan niet meer raakt. Zo niet, echter, als ik deze meesterklus aan één van mijn vriendinnen over laat. Dan zit er om ondefinieerbare redenen opeens magere yoghurt door en eten we er een “overheerlijke bulgur salade met verse munt en kikkererwten” bij. Wat is dat nu weer voor onzin?! Ik kan
leven met gepofte paprika’s en af en toe iets van een met knoflook doordrenkte courgette op de grill, maar dan hebben we het toch echt wel zo’n beetje gehad!

Gelukkig merkt niemand, aan een bord zo volgeladen, of ik nou wel of geen salade heb genomen. Je kan altijd nog doen alsof de bulgur, deze keer met gewelde abrikoosjes en korianderblaadjes, is verstopt onder je licht verbrande speklap. Of, in het geval van wel erg oplettende vrouwelijke dinergasten, verzuip ik de courgette in heerlijke zelfgemaakte saté-saus.
Succes verzekerd!

Vlaardingen 1 maart 2013

Onlangs hoorde ik op de radio dat aan alle lidstaten van de
VN de vraag was gesteld om hun “nationale geur” te benoemen.
Deze geuren zouden vervolgens worden gemengd.
Op deze wijze wenste men een parfum samen te stellen dat
“de geur van de wereld” zou vertegenwoordigen.
Voor alle Arabische landen geldt dat dit vrijwel per definitie
jasmijn is; een fraaie geur, daar niet van, maar wel redelijk overheersend. Er bleef dus voor de rest van de wereld de opdracht hier iets leuks tegenover te stellen om het geheel niet al te eensluidend te laten zijn. Ik kan me er zo iets bij voorstellen; Rusland met wodka, de VS met kruitdamp,
Frankrijk met zwarte truffel, India met kamfer, etc. Ook aan de Nederlandse vertegenwoordiging werd de vraag gesteld en na enig gepolder kwam er de weinig verrassende conclusie “tulp” uit.

Tulp...
Ik weet niet of u wel eens aan een tulp geroken heeft, maar echt veel geur produceert zo’n ding niet. Toegegeven, de alternatieven “broodje shoarma”, “marihuana”, “vers begierde weilanden” en zelfs “Botlek” scoren wellicht best hoog op populariteit of relevantie, maar om één van dezen nu als “typisch Nederlands” te verklaren voert natuurlijk ook wat ver. Het zette me echter wel aan het denken. Wat zou mijn eigen voorstel zijn?

Ik heb er, gebogen over een vers getapte lentebok, best even wat gedachten aan gewijd. Zelf vind ik de onbenoembare geur van een typisch Nederlandse kroeg wel wat hebben; de zoete en bittere geuren van wijn en bier, de zweem van bittergarnituren en daghappen en het subtiele gevecht tussen de door vrouwen in de strijd gegooide parfums als barrières om de kus-afstand te duiden. Kom daar echter maar eens uit met iets eenduidigs...

Kansloos.
Dan misschien iets van Hollandse boerenkaas of zelfs een roomblanke, heerlijk zilte Hollandse nieuwe? Wel typisch, maar met jasmijn misschien niet de allerbeste combinatie. Kom ik toch weer bij die vermaledijde tulp uit! Misschien is dat eigenlijk ook wel OK. We zijn immers een land van het importeren van van alles en nog wat en van een “eigen” identiteit is sowieso (überhaupt?) niet zo veel meer over. Met een tulp, feitelijk afkomstig uit Iran of daaromtrent, redden we symbolisch de eer, zonder daadwerkelijk iets toe te voegen. We ogen bescheiden en krijgen er de wereld voor terug. Want laten we eerlijk zijn, de meest voor de hand liggende kandidaat heb ik nog helemaal niet genoemd. Dat heeft een reden... Die oer-Hollandse spruitjeslucht, al dan niet gelardeerd met appeltjes van Oranje, daar wordt toch geen weldenkend mens nog gelukkig van?

 

Vlaardingen 1 december

Humbug! Zo, dat is er uit... Ik krijg vaak de vraag, als professioneel aartschagrijn, wat mij nu zo stoort aan de winter.
Mijn antwoord is dan in de regel eenvoudig; aan de winter stoort mij hetzelfde als wat mij aan de zomer stoort. De zomer wordt door mij gedefinieerd als de tijd rond 21 juni, de dag dat het terras van de Waal het meest naar de zon toe leunt rond het middaguur, terwijl heel Nederland blijkbaar wil leven in de illusie dat het iets met juli en augustus van doen zou hebben, als de dagen al weer korter en korter worden. Voor de winter geldt, zoals ik eerder al aan gaf, voor mij dus hetzelfde. De winter valt op, of zo u wilt rond, 21 december, en de rest van de wereld lijkt te denken dat ‘ie dan pas begint... Het lijkt me dat de meeste mensen zich tot mijn voortdurende ergernis richten op de heersende temperatuur en bijbehorend weerbeeld en niet op de kwaliteit en kwantiteit van het aanwezige licht. Vroeger was dat wel anders, toen waren de feesten rond de winter- en zomerzonnewende, als ook die rond de lente- en herfst equinox van groter belang, dan wat dan ook; de seizoenen zijn immers per jaar veranderlijk. Soms is het in maart zomer, soms winter, het is elk jaar weer een lot uit de loterij, om over september nog maar te zwijgen. Onze licht uit het lood geslagen aardas is echter onverzettelijk en onverbiddelijk, met de grote precessie als heerlijk complexerende factor; vraag het iedere zich zelf respecterende astroloog. Zij laat zich niet van de wijs brengen, niet door klimaatsverandering, niet door menselijke invloeden, of wat dan ook. Elke dag draaien wij ons rondje, zij het iedere dag fractioneel
langzamer, maar dit laatste effect is binnen onze tijdsbeleving totaal niet relevant.Voordeel is wel dat ik mijn lenteen herfstmomenten prachtig kan plannen. Ik weet immers precies wanneer “mijn” tafeltje naast de kapstok op het juiste tijdstip van de dag zon zal ontvangen, je kunt er een wekker op zetten. Ik weet daarom ook wanneer ik dien te verkassen naar het evenzeer vrolijk stemmende zitje aan de piano in de er tegenover liggende hoek! De nieuwe open ramen maken van mijn zomer een tot de laatste seconde te plannen festijn! Zo hoeft er nooit meer iets spontaans in mijn leven te gebeuren! Wat een rust! Nu alleen nog maar hopen dat er naast lente-, zomer- en herfstbok ook nog iets bijzonders in de winter wordt gebrouwen. Ik weet al vast waar in de zaak ik dat precies ga zitten genieten. Maar dat ga ik natuurlijk niet vertellen; jullie zoeken het maar uit, twee of drie maanden na dato!

Vlaardingen 1 september

Voor mij is het najaar altijd synoniem met mosselen. Het liefst eet ik ze gestoofd in een fraai hooggistend blond bier, in plaats van de gebruikelijke witte wijn. Dat laatste is voor amateurs. Alleen die geur al als je het deksel van je mosselpannetje oplicht, heerlijk! Helaas voor mijn vriendin heeft deze een stevige weerzin ontwikkeld tegen dit goud uit de zee. Al zou ze er maar een onaanzienlijk piezeltje van naar binnen snoepen is ze vervolgens enige dagen doodziek en onaanspreekbaar. Mijn mosselgenot is dan ook in de regel solistisch van aard. Misschien moet ik hier dan ook maar bij vermelden, dat ik het stoven van zo’n pannetje ook beschouw als een uitgelezen kans weer eens een aantal forse binten tot frieten te snijden. Even blancheren, dat is de truc, en dan in een milde olijfolie of ossenwit bij zo’n 180 graden tot licht gebruinde perfectie frituren. Mayo’tje erbij tikken met wat verse citroenrasp er door en klaar is Kees.

Nu is het ook zo dat ik nog een vriendinnetje heb dat wèl van mosselen houdt en ik probeer nu al ongeveer een jaar een plek in de agenda te vinden om het één en ander in de praktijk uit te rollen. Dat dit nog niet gelukt is heeft volgens mij ook te maken met het feit dat ik nu tenminste iets over houd om echt naar uit te kijken, maar bevordelijk voor de vriendschap is dat eigenlijk niet.
Er zijn ook momenten dat ik denk dat mijn mosselplan door mijn lief wordt doorzien als een flauwe smoes om heerlijke verse frieten tot mij te kunnen nemen. Aangezien ik de suggestie hiertoe ook in combinatie met andere hoofdgerechten beantwoord weet met een dwingende blik richting weegschaal, weet ik vaak al ruim van te voren uit welke hoek de wind ook die avond weer waait. Toegegeven, ik heb de afgelopen jaren, laten we zeggen, enige “persoonlijke groei” doorgemaakt, maar er zijn natuurlijk grenzen tot waar je kunt gaan in het jezelf ontzeggen van de geneugten van het najaar.

Over enige tijd heeft ze weer eens een congresje in het buitenland. Daar is ze drie dagen voor op pad en als ik mijn timing op orde heb, geeft me dat juist genoeg tijd om de lucht van het bourgondisch genieten onopgemerkt weer uit mijn appartement te laten vervliegen. Tussen u en mij gezegd en met name gezwegen, maar u mag drie keer raden wat deze jongen dan op het menu zet...

Vlaardingen 1 juni

Als er al een voordeel valt te duiden betreffende ons waterige voorjaar, dan is het toch wel dat de picknickveldjes in het Hof en Oranjepark de kans hebben gezien om goed aan te sterken. Nu het dan opeens prachtig zomerweer dreigt te worden, lokken die natuurlijk stevig! Persoonlijk vind ik het knap lastig om op weg naar
het frisse groen een versgetapte koele pint op het terras
aan mijn neus voorbij te laten gaan. Gelukkig, voor onze Vlaardingse uitbaters, is er nu niet echt sprake van een “picknickcultuur” in deze stad. Zou dat zijn oorsprong vinden in onze visserijgeschiedenis? Verse vis laat zich immers slecht onder warme omstandigheden genieten... Heb ik zelf onlangs nog pijnlijk duidelijk mogen ervaren na een plateau de fruits de mer met een behoorlijk verdachte mossel.... Nee, dan beter een goed gekoelde oester op een terrasje, al dan niet voorzien van een bijbehorend glaasje “oesterwater”. Ah, de zomer, wat heb ik er naar uitgekeken; heerlijke lange avonden wegdromen met je geliefde of vrienden, spontane terrasfeestjes, barbecues, strandontsporingen, je kunt het niet verzinnen of we geven ons er maar wat graag aan over. En het mag ook! Sterker nog, ik vind dat het moet! We zitten onszelf nu toch al enige tijd een crisis in te beelden die feitelijk alleen in de financiële wereld heerst, een fictief stelsel van vertrouwen over en weer waar “geld” al lang geen reële waarde meer vertegenwoordigt en alleen nog maar een machtsmiddel is, uitgedrukt als getal in een spreadsheet. Pervers, als je er over nadenkt, dat dat zijn weerslag zo laat gelden in de “echte” wereld...
Het enige redelijke tegengif lijkt mij dan ook gewoon met z’n allen keihard van de zomer te genieten! Laat die economie weer bloeien als de grasveldjes van het Hof, laat het geld in redelijkheid zijn weg naar de faciliteerders van al dit genieten vloeien en maak er gezamenlijk een knalzomer van! Drink up! Zo help je jezelf en anderen met veel plezier uit de malaise!

 

Vlaardingen 1 maart

Is het mogelijk te veel of te vaak Champagne te drinken? Ik meen toch van niet. Ik ken eigenlijk geen drank die dusdanig
flatteus met dronkenschap omgaat als zij. Ze is als vloeibaar zonlicht, verrijkt met glinsterende pareltjes die ontsnappen aan het glas als de zucht van een maagd. Ik laat mijzelf dan ook graag en met zekere regelmaat zo’n Frans zuchtmeisje inschenken. Ik ben er inmiddels ook achter dat Champagne altijd beter smaakt met een dame tegenover mij die meer overeenkomsten lijkt te vertonen met de vroege Bardot, dan met de huidige. Ik ben helemaal VOOR dierenrechten, daar niet
van, maar er is natuurlijk een aspect van deze drank dat niet over het hoofd gezien mag worden. Champagne is een Afrodisiacum, een Love Potion, een door Bacchus geschonken liefdesdrank.... Denk hierbij echter niet aan romantische hoofse taferelen, nee, het gaat hier om pure dierlijke driften, aangewakkerd door de passie die oplaait in een flûte of anderszins geschikt glaswerk.

De truc schijnt hem te zitten in een belangrijke, maar slecht begrepen eigenschap van mousserende wijnen. Bij dezen wordt de alcohol tot 40% sneller in het bloed opgenomen dan gebruikelijk is bij “stille” wijnen. Blijkbaar neemt de passie in het geval van Champagne dan ook eerder de regie over dan bij andere wijnen het geval is.
Gelukkig heb ik mij nog nooit beklaagd over een kater, de volgende ochtend. Champagne laat zich klaarblijkelijk wonderwel verdragen. Het gevolg er van, ‘s ochtends naast je, is soms echter een heel ander verhaal, maar dat komt dan natuurlijk geheel voor eigen rekening.

Het Engelse begrip “Beer Goggles” laat zich in dit verband goed vertalen met “Lunettes de Champagne” en wees nu eerlijk, dat klinkt toch gelijk een stuk charmanter? Het beste wat men in zo’n geval doet, is zich realiseren dat Champagne de enige wijn is die men de hele dag door kan genieten. Al is het ontbijt dan misschien een zware maar verdiende straf voor het verminderd toerekeningsvatbaar zijn geweest, de vlotte turbo boost die de bubbels aan de zo gewenste alcoholische vergetelheid geven komt dan
gewoon weer goed van pas! Het antwoord op de vraag waarmee dit stukje begon kan wat mij betreft dan ook als een definitief “nee, nooit!” de boeken in.

Vlaardingen 1 september

Een vriend van mij , laten we hem “Jan” noemen, is Neil Diamond fan. Op zich zou je denken dat dat niet zo erg is, maar ik behoor tot de generatie die in de meest kwetsbare periode van diens jeugd vergiftigd werd met zielloze jaren tachtig pop. Geloof me; geen pretje. Wasje net door de hel gegaan met de plastic poppen van
Duran Duran en Spandau Ballet, kreeg je de namen Wham! en Bros uiteindelijk zonder braakneigingen langs je gebit, was daar opeens UB40... Bloedarmoedige witte reggae uit de volksbuurten van een Engelse industriestad op apengapen. Daar word je niet vrolijk van.
Omdat het bandje maar matig getalenteerd was, greep hun platenmaatschappij met regelmaat naar andermans veren om hen toch nog een beetje richting top 10 te helpen. Ik denk met “I’ve got you, babe” (horen we daar Sonny Bono zich omdraaien?) misschien wel als meest narcoleptische voorbeeld.


Ook Neil Diamond moest eraan geloven en “Red, Red Wine” was een feit. Hele volksstammen tieners slijpten op de maat van deze ellende een beetje lafjes over de dansvloer van de schooldisco. Nogmaals; geen fraai plaatje. Mij heeft het destijds dusdanig getraumatiseerd, dat ik Neil Diamond vele jaren lang nog met geen vlaggenmast van 10 meter wilde aanraken ; besmet, aangeschoten wild, melaats! Melaats!
Toch kwam voor mij ook het moment. Ik was nog maar net uit elkaar met mijn lief en op een hete augustusnacht hoorde en voelde ik Neil zijn originele Meisterstück echt verpletterend helder mijn hart binnen brengen; een hart dat gebroken en bloedend op de cafévloer lag. “Red, red wine, stay close to me... Don’t let me be alone. It’s tearing apart my blue, blue heart...” Een lied, Blaauw gezongen ... Zo veel rijkdom in die stem, zo veel pijn, ik was in één klap om en van mijn eerdere associaties verlost. “Ik ben”, zei ik, “een gelovige!” .


Terug naar de situatie; dat een liefdesbreuk doorgaans met ijs geserveerd wordt, zal voor niemand als een grote verrassing komen. Ik liet mij dus op zoek naar vergetelheid nog eens inschenken en vertelde zwoele leugens aan de dame met wie ik op dat moment het terras deelde. Ik geloof dat ik mijn vriend Jan op dat moment pas echt begreep. Ik zat fout, maar ik ontdekte, gelukkig op tijd, dat slechts één ding me dat kon doen vergeten...

Vlaardingen 1 juni

Na verrast en overweldigd te zijn door de lente is de zomer de tijd van vervolmaking. Eigenlijk is dat precies zoals dat voor de mens tijdens zijn leven net zo goed geldt. De jeugd wordt gekenschetst door belofte, de volwassenheid laat je diens potentieel verwezen-lijken. Of niet, natuurlijk; we staan niet allemaal even dicht bij onszelf.

In ieder geval krijgen we, in het gunstigste geval, ooit nog weer de herfst om er eens goed over na te denken. Voorlopig is deze echter nog niet in zicht. Nu nog klinken de glazen, gevuld met zomerwijn, en laten we ons door het late gouden licht van de mid-zomeravond koesteren Ik prijs mijzelf daarom gelukkig. Toch scherpt de werkelijkheid bij tijd en wijle mijn wat geromantiseerde beeld in zekere mate aan. Misschien is dat eigenlijk niet eens zo erg en alleen maar verstandig, maar wie heeft er in die heerlijke zomergekte nu behoefte aan verstand?

Op het terras zag ik haar zitten, het was de eerste zomerdag van het jaar en ze was nog net zo overweldigend mooi als 25 jaar geleden. Haar intelligentie, levenskracht en schoonheid waren als een helder licht dat door al haar poriën naar buiten leek te stralen. Niet dat ze ooit geweten heeft hoe zeer mijn hart haar was toegedaan, daar was ik destijds ten ene male te onzeker voor. Wel wist ik bij het weerzien, dat met het verstrij-ken van de jeugd en het schamper omarmen der vol-wassenheid veel van de verwondering om het leven een zachte, maar zekere dood sterft.

Mijn melancholie betrof dan ook met name mijn eigen afscheid van het geloof in de grootste liefde, mis-schien niet eens zo zeer de destijds gemiste kans op geluk. Er was inmiddels voldoende Rijn- en Maaswater door de waterweg gestroomd om dat adolescentenleed te eroderen. Misschien ook, bedacht ik, is “de liefde die nooit was” in zijn wezen volmaakt; nooit besmeurd door de relativerende werkelijkheid die verwezenlijking nu een-maal met zich mee brengt.  De Italianen noemen haar “il Grande Amore”, dege-ne die slechts eenmaal in je leven je pad lijkt te kruisen. Ik noem haar bij haar naam en deze draag ik mee zolang ik leef.

Vlaardingen 1 maart

De lente is in de natuur het seizoen waarin alles maar om één zaak draait, de voortplanting. Alle noeste paringsarbeid van de voorafgaande periode wordt verzilverd door middel van nieuwe generaties aanstormend talent en broedsel, bloesems spatten aan de takken als kleine witte wolkjes uiteen en vullen de lentelucht met
hooikoorts opwekkende pollenwolken. Ja, snuif ‘m maar niet te hard op, die lentelucht; voor je ‘t weet zit je aan de pufjes en de pillen, danwel verlies je je halsoverkop in een hartstochtelijke affaire die de zomer maar ternauwernood zal overleven, met alle gebroken harten van dien tot gevolg. Want, laten we eerlijk zijn, hoe verraderlijk is niet de liefde? Mijn vader zei altijd al, “zoon, je verwacht goud aan te treffen, maar je vindt nog geen roestige spijker” en gelijk had hij. Nee, voor mij hoeft het allemaal niet, geef mijn portie maar aan fikkie, denk maar niet dat ik op- of omkijk als er weer zo’n prachtexemplaar
in luchtige lentekleding op het terras… Nou!

Ga uit mijn hoofd! Ik was hier helemaal klaar mee! Aan mijn lijf geen polonaise! Weet u, beste lezer? Ik probeer het wel, maar het lukt me niet. Ieder jaar weer dwingt de natuur me gewoon weer in de pas te lopen, al mijn esotere ambities en ontworsteling aan het aardse ten spijt. Ik wil gewoon in dat licht zitten, het eerste prikkelen op mijn huid voelen van een voorzichtige lentezon, weten dat het einde van de
winter onomkeerbaar is en na het hernieuwd uitvinden van de wereld die heerlijke zomer weer in het verschiet ligt. Dromen van een toevallige ontmoeting op het terras of strand, die na net genoeg/veel te veel rosé van al dan niet matige kwaliteit eindigt in een innige omstrengeling in een soezelend nawarmende duinpan, met slechts de sterren als nachtlampje... Gelukkig weet de werkelijkheid mij altijd weer te ontnuchteren, dat scheelt. Wat ik echter nooit vergeet, is dat we straks weer tot “sluit” op het terras mogen verkeren, zonder infrarood stralers, de dag langzaam uit mogen zien gaan en ons keer op keer mogen verliezen in de wonderlijke dans der dingen. Elk jaar vinden wij weer het wiel uit en elk jaar brengt het ons weer waar wij willen zijn.

 

Vlaardingen 1 september

Nog rillend van de barre wandeltocht hier naar toe neem ik een flinke hap welverdiende erwtensoep. De ijskoude regen slaat inmiddels horizontaal om de buitenmuren van het café. Heel herfst, weinig winter. In de stille koude nacht die volgt, vallen, toch nog onverwacht, langzaam de eerste vlokken. Ze dempen de geluiden in de stad en veranderen de lindes rond de grote kerk in een sprookjesbos. Knerpend werken mijn schoenzolen zich door de verse laag. Ik moet plots denken aan wat de dichter Willem Kloos volgens overlevering al wist op te merken: de natuur is prachtig, maar je moet er wel wat bij te drinken hebben. Alweer natte voeten, dus, indachtig de oude Kloos, snel weer de warmte in.Vrienden verzamelen zich in deze herberg, waar altijd plaats is. Ze delen, al dan niet snotterend van de kou, hun verhalen. Over de kerstmarkt dit jaar en de lichtjes. Over hoe het allemaal alleen maar beter kan worden en soms somberend dat enkelen er dit jaar niet meer bij zijn. De winter stemt tot nadenken en zoals bekend is het je daaraan overmatig overgeven voor niemand een verstandig idee. Op 21 december besluit de zon zelf immers ook dat het wel welletjes is met dat steeds vroeger donker worden. Een oude volkswijsheid weet te melden dat als de dagen gaan lengen de winter pas gaat strengen, maar zelf ervaar ik dat nooit zo. Ik denk dat ik licht misschien belangrijker vind dan warmte, of zoiets? Of dat ik de warmte van mijn dierbaren hoger acht dan die van het Nederlandse sukkelklimaat?


Dit soort overpeinzingen neigen bijna naar een Kerstgedachte, iets waar ik mij als kind van de verlichting toch nauwelijks aan schuldig maak. Dit jaar dan toch maar eens? Mensen hangen aan rituelen en laat ik dan ook maar eens meedoen. Ik wens u voldoende erwtensoep voor regenachtige dagen en een sneeuwdekentje toe, als het zo uitkomt, oh ja, en iets te drinken erbij, dat houdt de zaken meer dan dragelijk.


(wijnsuggestie bij dit stukje: een gloedvolle tawny port)

 

Vlaardingen 1 september

De herfst dient men in Toscane te vieren. Aldaar bevinden zich een gouden avondlicht, de mooiste keuken van Europa en een voldoende aantal scooter rijdende jongelingen (die tot hun veertigste bij “la mama” blijven wonen) om ook de meest verstokte Vlaardingse vrijster een hoofd vol frivole najaarsgedachten te brengen.


Bovendien hoef je maar een stukje naar het Noorden te rijden om je in de najaarszon te kunnen laven aan Piedmontese verrukkelijkheden als wijn uit Barolo ende delicaatste en meest geurige aller truffels; de witte uit Alba. Je zou dus kunnen denken, hoe gaat de Waal dat nu weer redden dit najaar, met die overmacht aan verleiding op slechts twee uurtjes vliegen?

Toch is het lang niet zo hopeloos als men op basis van het bovenvermelde zou veronderstellen. De ramen van uw favoriete cafe staan onder een prachtige hoek van negentig graden op het zuidwesten en laten het licht van de namiddag schitterend op het ervaren bruine meubilair uitkomen, ja, je zou bijna zeggen, van een gouden glans voorzien. Die keuken, dan? Jip, Janneke en consorten doen hier hun uiterste verdienstelijke best en je hoeft ze over pasta echt helemaal niets meer uit te leggen. Bovendien scheelt het een heel stuk vliegen! OK, hoor ik u ten leste denken, maar dan die Italiaanse mannen? Esperienza sopravvolutato, zou ik zo zeggen.

De meer dan charmante bediening van dit fijne etablissement trekt natuurlijk drommen ambitieuze een buitengemeen aantrekkelijke Vlaardingse vrijgezellen naar de toog.
Gooi er wat drank in, dames, en de steeds roziger focus verschuift al snel van “onbereikbaar” naar u! Volgens mij zijn hiermee werkelijk alle argumenten wel van tafel, salute!

Vlaardingen 1 juni 2010

De es boven je hoofd heeft de zomerzon ontdekt en zijn blaadjes tot het uiterste opgerekt om al dat licht tussen de zomerse buien door te kunnen vangen. Wel zo prettig, want hoe plezierig het ook is om in het volle licht op het terras te vertoeven, een beetje lommerrijk kan nooit geen kwaad, natuurlijk. Zo houd je het wat langer vol en komt dat pilsje, frisje of rosé’tje toch weer wat beter tot zijn recht.

Zelf mag ik op zo’n moment in de zwoele zomerwarmte maar wat graag een machtig trappistenbier genieten. ‘Nen Tripel, heet dat, in goed Bels; tripel, omdat je er volgens mij niet mee weg komt er meer dan maximaal drie van tot je te nemen. Ik heb volwassen mannen van hun kruk zien vallen na het onderschatten van de kracht van dit monnikenwerk, dus, voorzichtigheid is geboden.

Als je dan echter eenmaal achter een mooi glas gezeten, in goed gezelschap, de wereld aan je voorbij mag zien trekken, is het wel de vraag hoe je het beter naar je zin zou kunnen hebben. Vlaardingen is op de keper beschouwd zo rot nog niet. Zoals de onlangs verscheiden Vlaardingse dichter Kees Alderliesten ooit opmerkte na zijn omzwervingen over de wereld: “Alles wat ze daar hebben, hebben ze hier ook” en uiteraard is het omgekeerde even waar.
Toch denk ik dat dat voor mijn favoriete trappistenbiertje niet per se geldt; we hebben het hier wel, maar moesten het wel even laten halen. Hoe dan ook, het eindresultaat mag er zijn, wat een heerlijke zomer!

Previous page: Gewoon Peter  Volgende pagina: Theo Jansen