W. de Wegkwijt
VLAARDINGEN 1 juni 2010Bolletjes bruine brood dagen
Voor wie wil weten wat werkelijk waardevol was aan de tijd van voor het grote vraagteken, is het ‘Kloeke boek over van alles en nog wat’ een absolute aanrader. Allerlei belangeloze zaken worden tot in de meest intieme details uit de doeken gedaan en de schrijver schroomde niet om hete hangijzers met de blote hand bij de vuurrode ballen te pakken.
De schrijver weet de waarheid er uit te persen met het gemak van een handomdraai, daarbij geholpen door zijn boerenafkomst. Betreffende stieren kunnen loeien dat het een lieve lust is, maar geen koe in de wei kan er een speld tussen krijgen. Uit eigen ervaring weet ik dat ook kippen kunnen kakelen als kampioenen, maar schrijver spant in deze toch echt de kroon. Bovendien laten kippen geen ecologische voetstap achter omdat daarvoor op de gaasbodem van hun huisvesting geen plaats is.
Ze weten bovendien net als de moderne massamens niet wat vrije natuur is en scharrelen uit de aard van hun bestaan met hele bataljons tegelijk maar wat rond en pikken met hun afgeknipte snavel agressief naar alles wat beweegt, zonder met ook maar 1 enkele gedachte stil te staan bij kwaliteit of voedingswaarde. Een getypte passage in het Kloeke boek beschrijft op rake manier het klappen van de molen waar de schrijver de grondstoffen voor zijn inspiratie haalt.
‘Toen op zekere dag een bakker vergat de zemelen in de week te zetten, ’ zo gaat het verhaal, ‘werd Bolletje zo boos dat hij een gat in een stapel deegwaren sprong. De kakelverse koeken waren net gevuld met een mengsel van het een of ander, en de bakker was dan ook ontzet van ontsteltenis.
“Zal ik jouw is op de lopende band door een nest wilde muizen laten besnuffelen, lelijke aangebakken laag paneermeel”. De bakker sprong echt uit zijn nekvel van woede, maar aangezien Bolletje tijdens zijn dubbele bakprocede wel voor hetere vuren had gestaan, maakte dit helemaal geen indruk op hem.Het net afgebakken witte brood in de droogrekken verbleekte echter van kleur, zo zout hadden ze het nog nooit gegeten in de bakkerij. Ook de stokbroden stonden stijf van schrik recht overeind in de mand en verklaarden later dat dit alle kanten op had kunnen gaan.’
Schrijver heeft gelukkig geen moraal in het verhaal kunnen verwerken, maar volgens een trouwbare bron zou de vulling van de koeken helemaal niet onaardig zijn geweest.
W. de Wegkwijt
